Amper 15

Standaard

angst

Doeiiii Mam.
Lachend en vrolijk zwaai ik naar mijn moeder.
Ik voel me vrolijk en blij, want morgen is het zover. Na lang zeuren heb ik vorige week eindelijk toestemming gekregen om na schooltijd op de fiets naar een vriendin te gaan én daar gezellig te blijven slapen. Morgen is het weekend en gaan mijn vriendin en ik voor het eerst samen naar een festival. Ik heb er zoveel zin in.
De hele week contacten we al met elkaar over onze eerste keer. Welke kleding we aandoen, wat we met ons haar doen en dat we hopen dat de zon schijnt.
Wat onze ouders niet weten, is dat we hebben afgesproken met twee jongens. We kennen ze via Social Media en ze zijn leuk, zo leuk. Het wordt dus ook onze eerste keer dat we deze aantrekkelijke jongens in real life gaan ontmoeten. Spannend, zo spannend. Misschien wordt het ook wel onze eerste keer zoenen. Wie weet.
Vol verwachting fiets ik verder richting school.

Er staat een harde wind en ik moet flink doortrappen om op tijd te zijn. Mijn school ligt ongeveer 7,5 km van mijn geboortedorpje vandaan en soms baal ik ervan dat ik zo afgelegen woon. Als ik aan de rand van het bos kom, twijfel ik. Ik kan hier een flink stuk afsnijden, maar het stille afgelegen pad boezemt me enige angst in.
Gedreven door mijn enthousiaste stemming besluit ik dit keer toch voor de korte weg te kiezen en trap ik nog iets steviger op mijn pedalen. Op het getjilp van wat vogeltjes na is het stil op het pad. Plots klinkt er een hoop lawaai uit de bosjes en zit ik stijf van schrik op mijn zadel. Pff het is gelukkig maar een vogel. Ik lach om mijn eigen bangheid. Met bonzend hart fiets ik verder.
Na een minuut of vijf voel ik de aanwezigheid van iemand. Met een ruk kijk ik achterom en zie ik op ongeveer 30 meter afstand iemand achter mij fietsen. Het is een in het zwart geklede man, zijn gezicht is niet duidelijk te zien en hij draagt op zijn hoofd een zwarte muts. Hij komt steeds dichterbij. Toch niet helemaal gerust, probeer ik nog harder te fietsen.
Opeens voel ik een druk op mijn schouder, een behandschoende hand pakt mij stevig vast. Ik wil gillen, maar er komt geen geluid uit mijn keel.
Je hoeft niet zo te schrikken hoor, ik ben het maar. Met een donkere, doordringende blik kijkt hij me aan. Gelukkig, het is een jongen die ik van gezicht ken. Hij zit een paar klassen hoger als ik.
Opgelucht haal ik adem, ik ben veilig.
Of toch niet….

Het is zaterdagmorgen, opgetogen gaan mijn vriendin en ik richting metrostation. Ons eerste festival en we hebben er zin in. Om twaalf uur hebben we afgesproken met de jongens die we kennen via Social Media.
Vol verwachting staan we om tien voor twaalf bij de toiletten te wachten. Als de jongens om half één nog niet gearriveerd zijn, worden we ongeduldig. We kijken om ons heen, maar we zien niemand die op de ons toegezonden foto’s lijkt. Nergens de aantrekkelijke leeftijdgenoten, die wij verwachten te zien. Na nog een kwartiertje wachten, hebben we er genoeg van en besluiten te gaan feesten. Die gasten kunnen het mooi bekijken.
In onze sexy broekjes en korte topjes lopen we richting het veld waar het feest al in volle gang is.
Wat we echter niet hebben opgemerkt, is dat we al de hele tijd in de gaten worden gehouden door twee mannen van rond de dertig jaar. Zij volgen ons op enige afstand.
Geen aantrekkelijke jongens van onze eigen leeftijd, maar twee engerds die onder een vals profiel op Facebook veel van ons te weten zijn gekomen. Maar weten wij veel.
Na een paar glazen wijn voelen we ons behoorlijk aangeschoten, we zijn het namelijk niet gewend om zoveel te drinken. Ook al mogen we wettelijk gezien geen alcohol, er zijn altijd mensen die het voor je willen halen. Gelukkig zijn we wel zo verstandig dat we de xtc die ons aangeboden wordt niet aannemen.
Van al die wijntjes moet ik nodig plassen en zeg dan ook tegen mijn vriendin dat ik naar het toilet ga. Mijn vriendin wil meelopen, maar ik wuif dat laconiek weg. Dans jij lekker verder, ik zoek je wel weer op.
Niet meer helemaal recht loop ik richting de toiletten. Ik heb alleen niet in de gaten dat ik meteen word gevolgd door de twee enge kerels die ons niet uit het oog zijn verloren.
Alle dixies zijn bezet en omdat ik nodig moet, besluit ik maar even een plasje te plegen in de afgelegen bosjes iets verderop. Mooi, hier ziet niemand me.
Op het moment dat ik op mijn hurken zit, voel ik een arm om mijn keel en word ik naar achteren getrokken. Ik verlies mijn evenwicht en val achterover. Ik wil gillen, maar er komt geen woord over mijn lippen.
Lachend staat mijn vriendin achter me. Ze is me stiekem gevolgd en wilde me laten schrikken. Stomme muts zeg ik tegen haar, ik schrik me rot.
Gelukkig ik ben veilig.
Of toch niet…

Inmiddels een paar uren verder, de sfeer zit er goed in. Mijn vriendin en ik hebben trek gekregen van al dat gedans en besluiten naar de frietkar te lopen.
Hongerig zitten we in het gras te genieten van ons patatje mayo.
Opeens klinkt er een harde knal, horen we gegil en zien we overal paniek uitbreken.
Een bom, een bom, horen we iemand roepen. Verschrikt springen we op en rennen met de menigte mee, richting de uitgang. We zien mensen vallen en weer opkrabbelen. Een meisje gilt, ze valt en kan niet meer opstaan. Ze wordt vertrapt door de menigte. Gelukkig hebben wij het terrein kunnen verlaten en staan samen met een grote groep angstig kijkende mensen verderop te wachten op wat komen gaat.
De bom blijkt geen bom te zijn, maar een ontplofte gasfles.
Gelukkig ik ben veilig.
Of toch niet…

Dit is de wereld waarin wij leven.
De gevaren die op de loer liggen.
Hoe kun je hier je kinderen tegen beschermen?
Hoe kun je hier je kinderen voor behoeden?
Beschermen tegen deze gevaren, wreedheid, angsten en de realiteit van deze dag….

Ik heb geen idee.

bescherm

Advertenties

Vreemd

Standaard

onweer

H3

Het is zaterdagavond. Gezellig kletsend zitten mijn vriendinnen en ik op de bank. Een wijntje en een zak chips maken ons feestje compleet.
Buiten is het donker en guur. Het regent al de hele dag. Normaal doe ik mijn gordijnen dicht. Ik hou van privacy. Echter als ik visite heb, laat ik ze meestal open. Toch voel ik me hier nooit prettig bij. Ook deze avond niet. Mijn ogen worden steeds naar het raam getrokken. Het gevoel dat iemand ons staat te begluren laat me niet los.

Mijn vriendinnen heb ik niets verteld over de voorvallen van de afgelopen tijd. Ik heb geen zin om voor gek verklaard te worden. Of om ze bang te maken. Ik wil onze pyjamaparty namelijk niet verpesten.
Hè jakkes zegt mijn vriendin, het gaat onweren. Daar heb ik zo’n hekel aan, zegt vriendin nummer twee. Gelukkig raak ik zelf niet onder de indruk van een beetje onweer. Plots klinkt er een harde klap. Het is opeens pikkedonker. Alle lichten zijn uitgesprongen, de tv doet het niet meer en ook buiten is het aardedonker. Nergens brandt er nog licht, ook de lantaarnpalen zijn uit.
Mijn vriendin slaakt van schrik een gil en ik begin van de zenuwen te lachen. Op de tast ga ik op zoek naar een aansteker om wat kaarsen aan te steken. Opeens klinkt er nog een harde knal die gevolgd wordt door een lichtflits. Geschrokken kijken we alle drie naar buiten. Wat we daar zien bezorgt ons alle drie kippenvel.
In de lichtflits zien we een grote kerel op de stoep staan. Hij kijkt bewegingloos naar binnen. Zijn gezicht is niet te zien. Hij heeft een zwarte jas aan en draagt een capuchon. Zijn gezicht ziet lijkbleek en zijn ogen zijn zo zwart als de nacht.
Vijf seconden later is het weer donker. Zagen jullie dat ook, stamelt mijn vriendin. Staat daar iemand naar ons te staren?
Had hij nu een mes in zijn handen? Stoerder dan ik me voel, probeer ik de meiden gerust te stellen. Nee joh, dat was niemand.
Ik weet het wel zeker, zegt vriendin nummer één met een bibberend stemmetje. Het zal vast iemand zijn die zijn hond aan het uitlaten is, probeer ik nogmaals een verklaring te vinden. Als er nog een lichtflits volgt, kijken we alle drie weer naar buiten. Er is niemand meer te zien.

Snel loop ik naar het raam en trek met een ruk de gordijnen dicht. Even later springen de lichten weer aan en ook de tv doet het weer. Nog steeds een beetje geschrokken trekken we nog een fles wijn open en proberen we maar vooral niet meer na te denken over hetgeen we alle drie hebben gezien. Of dachten te zien.

Inmiddels is er een spannende film op tv en na een uurtje lijken we alle drie het voorval te zijn vergeten. Totdat we buiten een klap horen en we alle drie stijf van schrik in de bank zitten. Er is iemand achter fluistert vriendin nummer twee. Ik ga niet kijken, fluistert vriendin nummer één.
Afwachtend kijken we elkaar aan. Ik laat het niet merken aan mijn vriendinnen, maar ik ben doodsbang. De kippenvel staat op heel mijn lichaam. Wat moeten we doen? vraagt mijn vriendin angstig. Ik bel mijn vriend, zegt de andere vriendin.
Dapper sta ik op en zeg dat ik ga kijken wat er aan de hand is. Geschrokken pakt mijn vriendin me bij mijn arm. Nee, doe dat niet! Wie weet staat die vent van vanavond op je te wachten. Straks heeft hij een mes bij zich.
Zit de achterdeur op slot? vraagt mijn vriendin met een bibberend stemmetje. Het huilen staat haar nader dan het lachen.
Op dat punt kan ik haar in ieder geval gerust stellen. De achterdeur heb ik zeker weten op slot gedaan.
Laten we naar boven gaan en naar buiten gluren. Hand in hand lopen we snel naar boven. Voor het raam twijfelen we. Bang voor wat we te zien krijgen als we de gordijnen open doen. Op onze knieën zitten we op de grond. Onze hoofden steken net boven de vensterbank uit. Voorzichtig trek ik het gordijn een klein stukje opzij. Tot mijn grote opluchting is er helemaal niets te zien. Er is niemand zeg ik tegen de meiden.
Wel zie ik dat mijn container in de hoek ligt. Mijn vuilnis ligt verspreid over mijn stoep. Dat is vast met een windvlaag gebeurd, maak ik mijn vriendinnen en mezelf wijs.

Moe besluiten we te gaan slapen. Maar ik, ik weet wel beter…..

eng

Vreemd

Standaard

spiegel

H2

Een paar dagen later ben ik al bijna vergeten wat er het afgelopen weekend is gebeurd.
De vreemde geur is niet meer aanwezig en ik ben weer druk met van alles en nog wat.

Het is woensdag en ik kom thuis van een drukke dag op het werk. Blij dat ik de vorige avond een bakje eten uit de vriezer heb gehaald, zodat ik niet hoef te koken, loop ik naar de koelkast.
Ben ik nu kippig? Ik had toch echt een bakje spaghetti in de koelkast gezet. Nog een keer kijk ik van boven tot onder. Maar mijn avondeten is nergens te bekennen. Ik kijk in de vriezer, maar ook daar staat mijn eten niet meer. Heb ik dan gedroomd dat ik eten uit de vriezer heb gehaald?
Soms ga ik aan mezelf twijfelen. Ik heb de laatste tijd wel vaker dat ik spullen kwijt ben en geen idee waar ik ze gelaten heb. Gelukkig heb ik nog een blik soep wat ik op kan warmen.

Als ik aan tafel zit te eten, hoor ik opeens drup, drup, drup. Ik loop naar mijn keuken en zie dat mijn kraan lekt. Nou ja, deze heb ik toch echt wel stevig aangedraaid. Als ik in mijn wasbak kijk, zie ik dat er bruin roestwater lekt.
Het is dat het niet kan, maar het lijkt wel of er oud bloed uit mijn kraan loopt. Ik draai de kraan helemaal open en gelukkig wordt het water weer helder.

Een half uur later lig ik lui op de bank. Geen zin om te lezen of tv te kijken. Mijn ogen worden zwaar en vallen langzaam dicht.
Plotseling hoor ik een keiharde gil, gevolgd door een auto die hard weg rijdt. Ik schrik me rot en ben gelijk klaarwakker. Het is inmiddels al donker. Hoe kan dat nu? De gil komt van mijn tv, die keihard aan staat. Ik kijk of ik per ongeluk op mijn afstandsbediening ben gaan liggen. Maar nee, deze ligt bij de tv. Ben ik nu gek aan het worden? Of staan er een paar kwajongens buiten met een afstandsbediening geintjes uit te halen.
Ik loop naar de voordeur en trek deze met een ruk open. Zie ik daar nu een zwarte schim achter mijn auto wegduiken? Met een sprintje sta ik bij mijn auto, voorbereid om iemand gehurkt achter mijn auto aan te treffen. Er is echter niemand te zien.
Op het  moment dat ik terug wil lopen naar mijn voordeur, voel ik wat langs mijn benen strijken. Van schrik spring ik in de lucht.
Pffff Maris stel je niet aan, denk ik bij mezelf. Het is maar een kat. Dat beest is banger van jou dan jij van hem.

kat

Als ik binnen kom, staat de tv weer uit. Ach het zal wel een storing geweest zijn, stel ik mezelf gerust.
Inmiddels is het een paar minuten voor twaalven en het is al lang bedtijd voor mij geweest.

Snel mijn tanden poetsen, gezicht reinigen en lekker onder mijn dekbed  kruipen, bedenk ik me. En ik loop langzaam de trap op naar boven.
Als ik het licht van de badkamer aandoe en de badkamer in loop, zie ik dat mijn spiegel beslagen is. Wat vreemd, zo warm is het toch niet. Ik heb vanmorgen wel behoorlijk heet gedoucht, maar dat zou nu toch niet meer zichtbaar moeten zijn.
Nadat ik mijn tanden heb gepoetst, knip ik het licht uit. Wat ik dan zie, bezorgt me kippenvel op heel mijn lichaam. Op de beslagen spiegel staat met grote letters het woord TRUT geschreven. Snel druk ik op het lichtknopje. Als ik weer naar de spiegel kijk, is er niets meer te zien. De spiegel is weer helder en het lijkt of hij niet beslagen is geweest.

Aarzelend draai ik me om en loop langzaam mijn slaapkamer binnen. Ik voel me net weer dat bange meisje van vroeger, dat iedere avond onder haar bed keek om te zien of er niemand onder lag. Ik zak langzaam door mijn knieën en dwing mezelf om onder mijn bed te kijken. Bang om bij mijn armen gegrepen te worden of om geconfronteerd te worden met een enge vent.
Mijn hart klopt in mijn keel, de zenuwen gieren door mijn lijf. Ik durf niet.
Bemoedigend spreek ik mezelf toe. Gelukkig, het enige wat onder mijn bed ligt is mijn honkbalknuppel.

Stel je niet aan, spreek ik mezelf moed in.
Je bent gewoon moe en ziet dingen die er niet zijn.
Na een paar uren woelen val ik in een diepe slaap.

enge vent

Vreemd

Standaard

donker

H1

Weer veel te laat fiets ik door de polder naar huis. Het is al donker en het regent. Waarom blijf ik toch altijd zo lang plakken op een feestje. Zo hard ik kan, fiets ik naar huis. Ook al ben ik niet bang uitgevallen, het is vanavond wel erg donker. Het enige wat ik zie, zijn wat sterren aan de donkere lucht en het zwakke schijnsel van mijn fietslamp. Ik moet mijn best doen om de berm niet in te rijden. Overal ligt modder van de tractoren.
Opeens hoor ik een plons naast me in de sloot. Ik schrik me rot. Nog iets harder fiets ik richting bewoonde wereld.

Een kwartiertje later ben ik thuis. Wat vreemd? Ik weet zeker dat ik mijn buitenlamp heb aangelaten toen ik wegging. Ik kijk om me heen, maar er brandt geen licht meer bij mijn buren. Het lijkt wel of het dorp is uitgestorven. Het is pikkedonker als ik mijn schuurdeur open maak. Op de tast zoek ik naar het lichtknopje. Ik voel iets kriebelen op mijn hand, met afgrijzen bedenk ik me dat dit een spin kan zijn. Nog net kan ik me beheersen om het niet uit te gillen. Ik trek mijn hand snel weg en gooi mijn fiets tegen de muur. Dat zie ik morgen wel, als het weer licht is.

Als ik de sleutel in het slot van mijn achterdeur steek, krijg ik hem niet meteen omgedraaid. Wat vreemd, normaal gaat dit veel soepeler. Na een beetje gewrik lukt het me toch om de deur open te krijgen. Inmiddels zeiknat van de regen stap ik naar binnen. Ik trek mijn natte jas en schoenen uit en gooi mijn kleding op een hoopje in de bijkeuken. Dat komt morgen wel. Als ik verder loop, breek ik bijna mijn benen over een paar gympen. Ik kan me niet herinneren deze hier neergezet te hebben.

In de woonkamer doe ik mijn schemerlamp aan. Hij knippert even, maar gelukkig, hij doet het wel. Zal ik meteen naar bed gaan of nog een wijntje voor mezelf inschenken? Ik besluit het laatste en loop mijn hal in. Hmmm wat ruik ik? Een aparte geur vult mijn neusgaten. Het lijkt op een parfum, maar ook weer niet. Vreemd, het is een voor mij onbekend geurtje.
Even later lig ik op mijn bank met een wijntje in mijn hand. Toch zit het me niet lekker. Een onbestemd gevoel bekruipt me. Ik sta op en loop weer richting de hal. Als een konijntje loop ik rond te snuffelen. Nog steeds kan ik de geur niet plaatsen. Ik voel me er niet fijn bij.
Mijn fantasie zal wel met me op de loop gaan, maar toch wil ik zeker weten dat er niemand in mijn huis is.

donker

Eerst kijk ik op het toilet. Daar is niets te zien. Langzaam loop ik naar de bovenverdieping en pak snel mijn honkbalknuppel vanonder mijn bed. Met een ruk trek ik de overloopkast open. Met mijn honkbalknuppel in de aanslag. Zo komen alle slaapkamers, de badkamer en de zolder aan de beurt. Systematisch check ik alle vertrekken. Als laatste ben ik aangekomen bij de zolderkast. Ik trek deze snel open en een luide klap volgt. Ik schrik me rot.
De boeken die ik netjes had opgestapeld, liggen nu aan mijn voeten. Verder is er niets te zien.

Toch niet helemaal opgelucht loop ik weer naar beneden. De honkbalknuppel heb ik weer onder mijn bed gelegd. Als ik in mijn hal kom, ruik ik weer de geur. Het lijkt of het wat minder aanwezig is.
Met een teug drink ik mijn wijntje op en besluit naar bed te gaan.

Ik laat mijn rolluik dit keer op een kier, want ik wil mijn slaapkamer niet helemaal pikkedonker hebben. Als ik op bed lig en mijn nachtlampje heb uitgedaan, hoor ik mijn trap kraken. Meteen zit ik rechtop in bed. Wat is dit? Er loopt een rilling over mijn rug en ik knip snel mijn lampje weer aan. Bang blijf ik wachten op wat komen gaat. Er gaat een minuut voorbij, en nog één en nog één. Zo blijf ik vijf minuten zitten, maar ik hoor niets meer. Ach het zal wel bij de buren geweest zijn. Deze huizen zijn best gehorig. Langzaam ga ik weer liggen en knip mijn licht weer uit. Al snel val ik in een diepe slaap.

Midden in de nacht word ik wakker van een geluid. Ik voel een koude wind langs mijn wang strijken. Totaal van de wereld draai ik me om en slaap weer verder. De volgende dag ben ik vroeg wakker. Ik herinner me vaag wat er vannacht gebeurd is. Was het echt? Was het een droom? Was het verbeelding? Ik heb geen idee.

Slaperig loop ik naar beneden. Wat vreemd, ik weet toch zeker dat ik mijn licht in de keuken had uitgedaan.
Ach ook dat zal ik me wel verbeeld hebben.

bang