Het bezoekje

Standaard

Homer

Met aarzelende stappen loop ik door de draaideur, geen idee waar ik precies moet zijn.
Als ik door de klapdeuren ga, komt mij een zuur penetrant luchtje tegemoet. Ik kan het niet helemaal thuisbrengen, maar ik wil er niet te lang bij stilstaan. Welkom op de afdeling MDL (MaagDarmLever).

De patiënt voor wie ik kom, zit in korte spijkerbroek en t-shirt op zijn bed en kijkt me lachend aan. Je zou bijna denken dat hij zelf op bezoek is, vooral als ik naar zijn kamergenoten kijk.

Tegenover hem ligt een mager iel mannetje. Hij heeft een lange grijze baard en kijkt me onderzoekend aan.
Naast deze meneer, laat ik hem vader Abraham noemen, ligt een mevrouw. Ze kijkt en is erg boos.
Ook zij ligt niet in pyjama. Nu weet ik niet of zij daar normaliter in ligt, maar een negligé typetje is het zeker niet. Ze doet me denken aan de Tokkies.
In het vierde bed ligt een man, hij heeft iets liefs over zich heen. In mijn beleving is het een baby, maar dan wel in een volwassen lichaam.
Als ik naar hem kijk, kijkt hij stralend terug en begint te zwaaien.
Lachend zwaai ik terug.

Inmiddels staan er bij het bed van mevrouw Tokkie nog een paar familieleden. Die klootzakken, klinkt het luid vanuit hun kant. Briesend stormt er weer eentje de kamer uit.
Even later komen er twee jonge artsen aan haar bed staan en worden ze verzocht mee te komen voor een gesprek. De vier tokkies zien eruit alsof ze op missie gaan in Afghanistan. Bijna krijg ik medelijden met de twee jonge artsen.

Priewwwt rieuwwwt… Hoor ik dit nu goed, ligt er nu werkelijk iemand ongegeneerd een paar scheten te laten. Als een poepwalm mijn neusgaten bereikt, kijk ik vol afgrijzen om me heen. Vader Abraham ligt geniepig te lachen en ik weet genoeg.

De man in het vierde bed is inmiddels uit zijn bed geklommen en maakt aanstalten om de gang op te lopen. In een grote grijze joggingbroek sloft hij met ietwat gebogen rug achter een karretje de kamer uit. Hij komt me zo bekend voor. Opeens weet ik het, Homer van The Simpsons.
Spontaan krijg ik de slappe lach, echt sprekend. Hoe hij loopt, zijn gezicht, zijn uitdrukking en zijn grote broek.
Als hij terugkomt, lacht en zwaait hij weer naar me.
Gelukkig is hij nu wel teruggekomen. Niet veel eerder heeft hij namelijk het ziekenhuis in rep en roer gebracht. Homer had er geen zin meer in en besloot het voor gezien te houden.
Hij was er vandoor gegaan en met man en macht hebben ze naar hem gezocht. Ergens op de weg tussen het ziekenhuis en zijn woonhuis hebben ze hem weer gevonden. Zelfs de politie was ingeschakeld.
Ik heb medelijden met deze man.

Als ik richting de gang kijk, zie ik iemand in uniform voorbij lopen. Ik denk bij mezelf, die komt even na zijn diensttijd snel op bezoek. Ik kan er niet verder naast zitten, deze meneer blijkt van de security te zijn en komt de Tokkies in toom houden.

Rammelend komt er een gezellige vrouw aangerold met een kar vol lekkers. Etenstijd!
Alleen jammer dat de vrouw allesbehalve gezellig is en als ik vader Abraham moet geloven, is het eten ook geen aanrader.
Chagrijnig kijkt de mevrouw in het rond, ze deelt het eten aan de patiënten uit zonder ook maar een spoortje van betrokkenheid of empathie.
Deze baan en dit moment lijkt mij juist de ideale gelegenheid voor een vriendelijk woord, een grapje, een glimlach, net datgene waar een patiënt iets blijer van wordt. Ach, ik zal het wel teveel romantiseren, maar een beetje medeleven met deze mensen die toch niet voor hun lol hier liggen, lijkt mij wel op zijn plaats.

Bah, bah, bah, niet te vreten klinkt vanaf de overkant. Als ik opkijk, zie ik de etensresten in zijn lange baard hangen. Weer krijg ik bijna de slappe lach.
Nog geen minuut later trekt vader Abraham weer mijn aandacht. Hoestend en proestend zit hij in zijn bed. Als ik naar hem kijk zie ik hem nog net iets in het tasje naast zijn bed spugen. Er blijft weer iets in zijn baard hangen en vol afgrijzen kijk ik snel de andere kant op.

De tokkies zijn inmiddels weer gearriveerd. Ze vinden zichzelf best stoer, want de security moest er aan te pas komen. Briesend kijkt de ene vrouw onze kant op, ik heb mijn flesje water hard op de grond gesmeten. Stoer!, hoor ik mezelf denken. Ja, maar dat is toch beter dan de arts een klap te geven. Je spoort niet, is het enige wat ik kan denken en verder hou ik wijselijk mijn mond.

Als deze mevrouw even later weggaat, omdat ze naar een andere kamer wordt overgeplaatst denk ik dat alle mannen opgelucht adem halen.
Vader Abraham kan het niet laten om haar nog even gedag te zeggen, Mannenhater, mannenhater roept hij haar gepassioneerd achterna.

Vol ongeloof kijk ik de enige normale mensen op deze afdeling aan, waar ben je in terecht gekomen. Het lijkt wel een soap.

De soap is compleet als even later de dokter nog snel langs komt. Ja, het duurt allemaal erg lang en het loopt niet vlekkeloos en op rolletjes. Maar in Afrika wordt je helemaal niet geholpen, dus eigenlijk moet je gewoon niet zeuren.
En als je wat te zeuren hebt, dan doe je het maar in Den Haag. Daar zitten de schuldigen in hun ivoren torentje.

Als ik even later naar huis ga, zeg ik sterkte.
Maar ik weet op dat moment niet of het nu sterkte is voor de operatie die eraan zit te komen of voor het feit dat hij in een soap terecht gekomen is.

Het Leed wat Ziekenhuis heet….

Met een lieve glimlach op zijn gezicht zwaait Homer me uit.
Vader Abraham laat nog een paar flinke scheten.
Arme Schoonpa…

Homer

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s