Dag…

Standaard

verdriet

Zo niet te bevatten.
Zo oneerlijk.
Zo onwerkelijk.

Vanmiddag hebben we afscheid van je genomen. Nog maar 49 jaar jong.
Drie kinderen achterlatend. Kinderen die je alles waren, waarvoor je door het vuur zou gaan.

In mijn to-do-lijstje in mijn agenda staat nog een lunch gepland. Een lunch samen met onze twee moedertjes.
Een paar keer per jaar gingen we met z’n viertjes gezellig eten, met de lunch namen wij meestal de club sandwich. Allebei grote eters en lekkere snoepers. Met ons in de buurt bleven er echt geen bonbons op het schaaltje liggen.
Ook al was je vaak moe, je vond het zo gezellig om er even op uit te gaan.
Met mooi weer genoten we daarna nog van een wijntje op het terras. Eentje moet kunnen, zei je dan.
Samen lachten en mopperden we dan soms om en op onze lieve moedertjes. We vonden ze nieuwsgierig. Al die vragen over wat er zich afspeelden in ons leven. We keken elkaar dan maar eens “meelevend” aan.

Soms begrepen we allebei niets van mannen. We spraken over herkenbare dingen waar we wel eens mee te maken hadden.
Wat was en ben ik blij dat je toch weer het geluk in de liefde had gevonden. Je vertelde het me toen we een avondje met onze moeders uit waren, naar Night of the Proms. Uiteraard vroegen onze moeders waarover we aan het smoezen waren en waarom we zo aan het lachen waren. Wijselijk keken we elkaar aan en zwegen, dit hielden we tussen ons.

In je ogen zag ik vaak de tekenen van moeheid. Toen ik zelf niet goed in mijn vel zat, snapte ik pas echt hoe jij je moest voelen. Wat moet jij je soms gefrustreerd en machteloos hebben gevoeld.

Allebei hebben we veel steun gehad aan onze “Helpende Hand”. De adviezen die we kregen, volgden we braaf op. Een receptje hier en een pilletje daar. Je kastjes puilden uit, zei je. Maar als je je rot voelt, probeer je alles.
Toen we allebei ijzertekort hadden, zei jij me dat ik appelstroop moest eten, appelstroop met kaas. Ik gruwelde al bij de gedachte van deze combinatie. Haha, je moet er wat voor over hebben, stuurde je me terug.
Ook magnesium en vitamine D stond op ons lijstje. Je hoopte zo dat je weer fitter zou worden. Ik hoopte met je mee.

Weet je nog die keer dat we uit eten gingen in een eetcafé ergens in de Hoeksche Waard. Het bleek die avond een mannenavond met mannenbingo te zijn en wij waren de enige aanwezige vrouwen. Uiteraard zorgden jij en ik dat wij met onze gezichten richting publiek zaten. We gniffelden om onze moeders die zich regelmatig omdraaiden, omdat wij weer ergens om zaten te lachen.
Je moest ook nog zo lachen om mijn gevatte reacties op de opmerkingen die we kregen van de aanwezige heren. Dat brutale bewonderde je in mij.

Maar nu…
Onze lunch zal op mijn to-do-lijstje blijven staan. Hadden we nu maar eerder een datum gepland, schiet er door mijn gedachten.
Konden we nog maar lachen om en met onze moedertjes.
Jouw lieve moedertje, wat zal ze je missen.
Ik kan er écht niet bij met mijn verstand.
Waarom moet jou dit nu overkomen?
Het leven is zo oneerlijk.

Dag lieve Nicht, rust zacht…

 

Advertenties

Stel je niet aan “ouwe”

Standaard

oud

Maandagmorgen juli 2044, een nieuwe werkdag staat voor de deur. Elk moment kan ik opgehaald worden door het taxibusje. Mijn zicht is afgenomen en vorige maand heb ik om deze reden een auto geramd. Ik mag nu helaas niet meer zelf autorijden.

Als ik aankom op mijn werk, sleep ik mezelf de twee trappen op naar de verdieping waar mijn afdeling is. Na een voor mij behoorlijke klim, moet ik eerst tien minuten bijkomen. Mijn hart gaat tekeer als een malle en ik hijg alsof ik een marathon heb gelopen. Mijn conditie is helaas niet meer wat het is geweest. Maar ik weiger om met de lift te gaan.

Met gebogen rug loop ik naar mijn werkplek. Jarenlang 32 uren per week achter een bureau zitten, heeft mij niet soepeler gemaakt. Voor wandelen in de avonduren heb ik geen puf meer na een lange werkdag. Maar ach, met mijn inmiddels versleten heup en knieën lukt me dit toch niet.

Nadat ik mijn computer heb aangezet, zoek ik mijn wachtwoord op. Na het weekend ben ik vergeten welk wachtwoord ik moet hebben. Ik doe dit wel stiekem, want wachtwoorden mag je niet noteren. Met moeite ontcijfer ik mijn eens zo duidelijke handschrift.

Ik vraag geïnteresseerd aan mijn collega naast me hoe zijn weekend is geweest. Met nietszeggende blik kijkt hij mij aan. We kennen elkaar inmiddels al 50 jaar en ik weet meteen wat er aan de hand is. Grinnikend trek ik hem dan ook speels aan zijn oor. Die domoor is vergeten zijn gehoorapparaat aan te zetten. Hij vertelt over zijn bezoek aan onze demente collega waar wij onlangs afscheid van hebben genomen na 55 dienstjaren.

Na een paar uren werken, komt mijn andere collega zuchtend de afdeling opgelopen. We zijn destijds samen begonnen bij dit nog steeds groeiende bedrijf. Zij kan gelukkig nog wel sporten en loopt een stuk energieker door het kantoorpand als dat ik dat doe. Helaas werkt haar sluitspier niet meer optimaal en zie ik aan haar broek dat ze het toilet niet op tijd heeft gehaald. Ach, wat maakt het uit, die natte plek droogt vanzelf door de werking van de airco.

Geïrriteerd kijk ik naar een collega van mijn leeftijd. Ze heeft net een nieuw kunstgebit en het lukt haar niet om geluidloos haar boterham op te eten. Het geluid van haar gesmak vliegt me naar mijn strot. Ook haar constante gehoest en gekuch werkt me dagelijks op mijn zenuwen. Ik kan het haar echter niet kwalijk nemen, jarenlang werken in de airco heeft haar gevoelige longen naar de sodemieter geholpen.

De ene na de andere mail springt op mijn beeldscherm. Mijn hersenen maken overuren, hoe verder de dag vordert, hoe meer mijn geest opgebrand raakt. Met een ongelukkige blik trek ik mijn beeldscherm dichter naar me toe, het lijkt wel of de lettertjes met de dag kleiner worden.

Opeens hoor ik een grote klap, ik schrik me rot. Als ik door het raam kijk, zie ik een collega languit in de gang op de grond liggen. Zijn rollator ligt een meter verderop. Hij schreeuwt het uit van de pijn. Even vergeet ik mijn stramme spieren en wil ik opspringen om hem te helpen, mijn lichaam weigert echter dienst.
Mijn collega tegenover me laat van schrik een grote scheet. Dat heb je op onze leeftijd, je laat dan makkelijker iets glippen.

Om klokslag 17.00 uur zet ik mijn computer uit. Ik slaak een zucht van opluchting, deze dag heb ik ook weer overleefd. Een dag zonder spottende blikken en opmerkingen van de nieuwe generatie. Jonge collega’s die mij soms boos aankijken met een blik van “stel je niet aan ouwe”. Ook krijg ik geregeld te horen dat ik niet snel genoeg ben. Maar hoe kan ik deze schoolverlaters bijhouden. Zij zijn jong en energiek en ik ben de jongste niet meer. Ze beseffen niet hoe ongelukkig ik me dagelijks voel. Hoeveel pijn hun kwetsende opmerkingen mij doen.

Thuis gekomen stop ik een broodje in de oven, ik heb geen puf meer om te koken.
Hierna pak ik mijn studieboeken. Nog zoiets leuks wat ze daar in Den Haag hebben verzonnen, Permanente Educatie.
Hoe kan ik in vredesnaam op mijn 70e deze leerstof gaan onthouden.

Ik hoop het nog een jaar vol te houden. Nog één jaar en dan ben ik 71 jaar en mag ik hopelijk nog een paar jaartjes van mijn welverdiende pensioen gaan genieten.

Juli 2017, mijn schrikbeeld voor over tig jaar.
Ik probeer er niet teveel aan te denken.

Hoe verzinnen ze het, met pensioen op je 71ste.
Idioot!
pensioen

 

 

All inclusive

Standaard

 

volgegeten

Na een nacht zonder slapen komen we vermoeid en hongerig op onze bestemming aan. We kunnen meteen aanschuiven bij de lunch. En wat voor lunch, ik kijk mijn ogen uit. Salades, rauwkost, broodjes, soep, rijst, pasta, friet, groenten, kip, vis en rijen vol met taartjes. De keuze is reuze.
Naast ons zit een jongentje, even later komt hij blij en verlekkerd met een stuk taart aanlopen. Mijn ogen vallen bijna uit mijn kassen, het stuk taart wat hij in zijn eentje op wil eten, daar snijden wij hier op een verjaardag drie stukken uit. Punt is wel dat ik waarschijnlijk drie keer in de omvang van het jongetje pas.

Na een paar dagen blijkt waarom er zoveel keuze is, met zoveel mensen die zich op het lopend buffet storten. Het lijkt wel een mierennest met honderden krioelende mieren. En net als een mier tig keer zijn lichaamsgewicht kan dragen, zie ik mensen borden volladen. Niet zomaar een stukje watermeloen, nee doe meteen maar een complete meloen van een paar kilo zwaar. Een paar stukjes taart, ben je gek, doe er meteen maar vijftien. Laad mijn bord maar vol. Kom maar op met die donuts.

Vol ongeloof kijk ik deze vakantie om me heen. Mensen met overvolle borden lopen langs me, tafels worden vol gezet. Er wordt niet gegeten, maar gevreten. Niet gedronken, maar gezopen.

Zelf begin ik het ontbijt, de lunch en het diner met een bescheiden bordje, ik heb me voorgenomen om niet als Bessie Turf terug te keren naar Nederland.
Ik ben gewend om een bordje eten te halen, dit leeg te eten en als ik meer trek heb, ga ik nog een keer langs het buffet. Zo loop ik soms wel vier keer tijdens een maaltijd. Met afkeer kijk ik dan ook om me heen, volgeladen borden, amper van gegeten en geen mens te bekennen. Alles wordt weggegooid.

De Russen staan erom bekend, ze houden van overvloed en kijken nergens naar. Ze laden hun borden vol en laten zeker de helft van het eten, zonder ook maar ene vorm van schaamte, staan.
Met verbazing kijk ik echter naar de Nederlandse Turken of Turkse Nederlanders, zij doen namelijk ook mee met dit, in mijn ogen, vreselijke verkwistgedrag.
Wat mij echter nog meer verbaasd, is hun gedrag tegenover het Turkse personeel. Ze commanderen en behandelen het personeel alsof ze stront zijn. Ik ben dan misschien een boerentrien, maar ik voel me niets minder dan deze hardwerkende mensen. Zij doen hun best om het ons naar de zin te maken en werken vaak voor een schijntje van het bedrag dat wij als Nederlanders verdienen. Deze mensen zijn niets minder dan jij of mij.
Ik begrijp er helemaal niets van, deze vakantievierende Turken noemen het hun land als ze proberen voor te dringen bij het buffet of als ze je aan de kant duwen bij de koelkast gevuld met water. Maar ze behandelen “hun eigen mensen” alsof ze zich ver boven ze verheven voelen. Als ze hun bestek laten vallen, wijzen ze zonder een woord te zeggen naar het personeel, ruim op hond. Met enige moeite beheers ik me, wat zou ik graag zelf de vork oprapen en deze in hun voorhoofd prikken.
Een dank je wel of glimlach zie ik niet op hun gezicht.

Na een aantal dagen zijn we blij als we nog een vrij tafeltje kunnen bemachtigen. Het zijn vaak Nederlanders die hun tafels afstaan aan elkaar.
Het mierennest is inmiddels veranderd in een wespennest. Als je niet uitkijkt, krijg je een ellenboog of een flinke duw en beland je ongewild tussen de sardientjes en augurken.

Verbijsterd kijk ik naar een Russin met opgepompte tieten gestoken in een exotisch gewaad en brede hoed. Ze staat als een malloot te pompen op de ketchup, Ik sta een meter van haar vandaan en de klodders vliegen me om mijn oren. De vloer verandert in een bloedbad. Met opgeheven hoofd loopt madam met haar bordje friet en ketchup van mij vandaan, mijn “niet normaal” negerend.

Naarmate de week vordert, neemt mijn gezonde eetgedrag af en neemt mijn drang naar friet en taart toe. Ik ga bijna tokken zoveel kip heb ik de afgelopen dagen gegeten.
Zoveel keuze in eten en ik weet niet meer wat ik moet kiezen. Ik geniet meer van mijn champagne met kers a la Van der Valk appelmoes met kers dan van de gezonde gerechten. De stukken watermeloen die ik in het begin braaf at, zijn verruild voor donuts en taart. Eigenlijk ben ik gewoon verzadigd.
Als ik om me heen kijk naar de afgeladen borden en hoeveelheden eten die weggegooid worden, denk ik aan de kindjes in Afrika en aan sommige kinderen in Nederland die het niet zo breed hebben en misschien één keer per jaar uit eten gaan bij de friettent om de hoek.

Vol ongeloof kijk ik de laatste morgen naar een jongetje, zijn ontbijt bestaat uit minstens vijf pancakes en friet en dat om zeven uur ’s ochtends.
Mijn darmpjes protesteren.
Ik heb even genoeg van de All Inclusive formule.

Weer thuis in Nederland.
Voor mij vanavond maar een slanke maaltijdsalade zonder taartje erbij.

champagne

Het bezoekje

Standaard

Homer

Met aarzelende stappen loop ik door de draaideur, geen idee waar ik precies moet zijn.
Als ik door de klapdeuren ga, komt mij een zuur penetrant luchtje tegemoet. Ik kan het niet helemaal thuisbrengen, maar ik wil er niet te lang bij stilstaan. Welkom op de afdeling MDL (MaagDarmLever).

De patiënt voor wie ik kom, zit in korte spijkerbroek en t-shirt op zijn bed en kijkt me lachend aan. Je zou bijna denken dat hij zelf op bezoek is, vooral als ik naar zijn kamergenoten kijk.

Tegenover hem ligt een mager iel mannetje. Hij heeft een lange grijze baard en kijkt me onderzoekend aan.
Naast deze meneer, laat ik hem vader Abraham noemen, ligt een mevrouw. Ze kijkt en is erg boos.
Ook zij ligt niet in pyjama. Nu weet ik niet of zij daar normaliter in ligt, maar een negligé typetje is het zeker niet. Ze doet me denken aan de Tokkies.
In het vierde bed ligt een man, hij heeft iets liefs over zich heen. In mijn beleving is het een baby, maar dan wel in een volwassen lichaam.
Als ik naar hem kijk, kijkt hij stralend terug en begint te zwaaien.
Lachend zwaai ik terug.

Inmiddels staan er bij het bed van mevrouw Tokkie nog een paar familieleden. Die klootzakken, klinkt het luid vanuit hun kant. Briesend stormt er weer eentje de kamer uit.
Even later komen er twee jonge artsen aan haar bed staan en worden ze verzocht mee te komen voor een gesprek. De vier tokkies zien eruit alsof ze op missie gaan in Afghanistan. Bijna krijg ik medelijden met de twee jonge artsen.

Priewwwt rieuwwwt… Hoor ik dit nu goed, ligt er nu werkelijk iemand ongegeneerd een paar scheten te laten. Als een poepwalm mijn neusgaten bereikt, kijk ik vol afgrijzen om me heen. Vader Abraham ligt geniepig te lachen en ik weet genoeg.

De man in het vierde bed is inmiddels uit zijn bed geklommen en maakt aanstalten om de gang op te lopen. In een grote grijze joggingbroek sloft hij met ietwat gebogen rug achter een karretje de kamer uit. Hij komt me zo bekend voor. Opeens weet ik het, Homer van The Simpsons.
Spontaan krijg ik de slappe lach, echt sprekend. Hoe hij loopt, zijn gezicht, zijn uitdrukking en zijn grote broek.
Als hij terugkomt, lacht en zwaait hij weer naar me.
Gelukkig is hij nu wel teruggekomen. Niet veel eerder heeft hij namelijk het ziekenhuis in rep en roer gebracht. Homer had er geen zin meer in en besloot het voor gezien te houden.
Hij was er vandoor gegaan en met man en macht hebben ze naar hem gezocht. Ergens op de weg tussen het ziekenhuis en zijn woonhuis hebben ze hem weer gevonden. Zelfs de politie was ingeschakeld.
Ik heb medelijden met deze man.

Als ik richting de gang kijk, zie ik iemand in uniform voorbij lopen. Ik denk bij mezelf, die komt even na zijn diensttijd snel op bezoek. Ik kan er niet verder naast zitten, deze meneer blijkt van de security te zijn en komt de Tokkies in toom houden.

Rammelend komt er een gezellige vrouw aangerold met een kar vol lekkers. Etenstijd!
Alleen jammer dat de vrouw allesbehalve gezellig is en als ik vader Abraham moet geloven, is het eten ook geen aanrader.
Chagrijnig kijkt de mevrouw in het rond, ze deelt het eten aan de patiënten uit zonder ook maar een spoortje van betrokkenheid of empathie.
Deze baan en dit moment lijkt mij juist de ideale gelegenheid voor een vriendelijk woord, een grapje, een glimlach, net datgene waar een patiënt iets blijer van wordt. Ach, ik zal het wel teveel romantiseren, maar een beetje medeleven met deze mensen die toch niet voor hun lol hier liggen, lijkt mij wel op zijn plaats.

Bah, bah, bah, niet te vreten klinkt vanaf de overkant. Als ik opkijk, zie ik de etensresten in zijn lange baard hangen. Weer krijg ik bijna de slappe lach.
Nog geen minuut later trekt vader Abraham weer mijn aandacht. Hoestend en proestend zit hij in zijn bed. Als ik naar hem kijk zie ik hem nog net iets in het tasje naast zijn bed spugen. Er blijft weer iets in zijn baard hangen en vol afgrijzen kijk ik snel de andere kant op.

De tokkies zijn inmiddels weer gearriveerd. Ze vinden zichzelf best stoer, want de security moest er aan te pas komen. Briesend kijkt de ene vrouw onze kant op, ik heb mijn flesje water hard op de grond gesmeten. Stoer!, hoor ik mezelf denken. Ja, maar dat is toch beter dan de arts een klap te geven. Je spoort niet, is het enige wat ik kan denken en verder hou ik wijselijk mijn mond.

Als deze mevrouw even later weggaat, omdat ze naar een andere kamer wordt overgeplaatst denk ik dat alle mannen opgelucht adem halen.
Vader Abraham kan het niet laten om haar nog even gedag te zeggen, Mannenhater, mannenhater roept hij haar gepassioneerd achterna.

Vol ongeloof kijk ik de enige normale mensen op deze afdeling aan, waar ben je in terecht gekomen. Het lijkt wel een soap.

De soap is compleet als even later de dokter nog snel langs komt. Ja, het duurt allemaal erg lang en het loopt niet vlekkeloos en op rolletjes. Maar in Afrika wordt je helemaal niet geholpen, dus eigenlijk moet je gewoon niet zeuren.
En als je wat te zeuren hebt, dan doe je het maar in Den Haag. Daar zitten de schuldigen in hun ivoren torentje.

Als ik even later naar huis ga, zeg ik sterkte.
Maar ik weet op dat moment niet of het nu sterkte is voor de operatie die eraan zit te komen of voor het feit dat hij in een soap terecht gekomen is.

Het Leed wat Ziekenhuis heet….

Met een lieve glimlach op zijn gezicht zwaait Homer me uit.
Vader Abraham laat nog een paar flinke scheten.
Arme Schoonpa…

Homer

 

Ik kies, ik verlies

Standaard

kiezen

Soms sta je voor een dilemma, je moet een keuze maken waarbij je van tevoren al weet dat je, ongeacht wat je kiest, toch de verliezer bent.
Zulke keuzes geven stress, kosten veel kopzorgen en zijn daardoor een aanslag op je energie.
Energie die je toch al zo hard nodig hebt.

Je wilt die persoon niet uit je leven weren, maar in je leven is geen plaats meer voor hem of haar.
Blijven kan niet, want het maakt je ongelukkig en verdrietig.
Afscheid nemen gaat heel veel pijn doen en ondanks alle strubbelingen weet je dat je die persoon toch gaat missen.
Aan de ene kant de angst om alleen te zijn, maar aan de andere kant de opluchting om van alle ellende verlost te zijn.

Je wilt je baan niet kwijt, maar op deze manier kun je niet doorgaan. Het kost je teveel energie.
Het gaat ten koste van je gezondheid.
Je weet dat je in je recht staat, maar haal je dat recht dan weet je dat je alsnog op straat komt te staan.
Je weet dat als je niet wat minder gaat werken, je weer dichter bij die afgrond komt. Je wilt nooit meer zo diep vallen.
Je weet dat als je voor je gelijk gaat er nieuwe zorgen ontstaan. Een hypotheek die betaald moet worden. Je bent de kostwinner dus je “recht halen” is niet makkelijk.

Je weet dat je het niet gaat redden. De chemo’s verlengen je leven, maar beter worden kun je niet.
De resterende tijd die je hebt, wil je graag nog doorbrengen met je gezin.
Je zult zieker en zieker worden. De strijd zal heftiger worden.
Je bent langer bij je gezin, maar de lijdensweg die je te wachten staat als je je nogmaals laat behandelen is moeilijk en zwaar.
Maar je wilt zo graag blijven leven, het afscheid rekken.

Keuzes waartoe je gedwongen wordt.
Door mensen in je leven. Mensen die niet aan jouw welzijn denken, maar dwars door jouw gevoelens heen gaan.
Door je lichaam dat je in de steek laat.
Hoe frustrerend kan het zijn. Het machteloze gevoel. Het gevoel van wel willen, maar niet kunnen.
Het vreet aan je als een hongerige rat aan een stuk vlees.
Je wilt schelden, vloeken en slaan, maar je weet dat je hier niets mee bereikt. Het is de machteloosheid die je voelt. Het onrecht wat je aangedaan wordt.
Je kunt niet omgaan met de oneerlijkheid.
Je weet dat je een keuze moet maken.
Een keuze waarbij je uiteindelijk toch de verliezer zult zijn. Ongeacht wat je ook kiest.

Een gedwongen keuze is namelijk iets wat je niet persé wilt, maar iets of iemand “dwingt” je hiertoe.
Het zijn beslissingen die je moet maken, knopen die je moet doorhakken.
Niet van jezelf, maar door omstandigheden.

Kies je voor gezondheid of financiële zekerheid.
Voor eenzaamheid of ongelukkig samen zijn.
Voor financiële zekerheid of gelukkig alleen zijn.
Voor langer lijden, maar langer bij je gezin zijn of voor rust en sterven.
Voor onzekerheid of brood op de plank.
Alleen zijn en rust of samen zijn en stress.

Kiezen doet verliezen. Niet kiezen is verliezen.
Niet kiezen betekent piekeren. Wel kiezen betekent stress. Of betekent het toch opluchting.
Je kunt de gevolgen van je keuze niet overzien.
Als je eenmaal een keuze hebt gemaakt, is er vaak geen weg meer terug. Maar wil je die weg nog terug.
Beter wordt het soms niet, maar slechter kan het vaak wel.

Ik weet dat ik het verrot moeilijk vind om sommige keuzes te maken.
En jij?

spreuk5