Je bent gewoon depressief

Standaard

depressie

Je bent gewoon depressief.
Ik hoor het haar nog zeggen. Verbijsterd keek ik haar aan, niet wetende of ik boos moest worden of gaan janken.

Doodmoe en met mijn laatste beetje kracht was ik in de auto gestapt, omdat ik de verjaardag van mijn vriendin niet voorbij wilde laten gaan.
Me bewust van het feit dat ik er versleten en afgepeigerd uitzag, probeerde ik toch de gesprekken te volgen en gezellig mee te kletsen.
Totdat deze harde woorden mij beslist werden toegesproken. Uit het niets, in een kamer vol mensen.
Al een jaar lang was ik doodmoe en iedere dag was weer een gevecht om toch naar mijn werk te gaan en niet alleen maar op de bank te liggen. Natuurlijk werd ik hier verdrietig en moedeloos van.
Maar depressief…
Nee dat niet.

Niet één keer was bij mij de gedachte opgekomen dat ik niet verder wilde leven.
Al huilde ik soms van frustratie en ellende, nooit heb ik gedacht dat ik liever dood zou zijn.
Ik bleef hoop houden dat ik me weer beter zou gaan voelen, dat mijn lichaam me niet voorgoed in de steek zou laten. Ik zat diep, maar ik bleef vechten om weer uit dat dal te kruipen.

Toch twijfelde ik na deze woorden en vroeg meteen aan mijn vriendinnen of zij dachten dat ik depressief ben. Ik zag de twijfelende blikken in hun ogen, toch ontkenden ze de depressiviteit.
Later bood de desbetreffende persoon haar excuus aan. Ze had dit niet mogen zeggen. Ze was van haar eigen situatie uitgegaan.
Of ze sorry zei omdat ze zich rot voelde of omdat mijn jarige vriendin haar boos had toegesproken weet ik niet. Dat maakt verder ook niet uit.
Maar wie was zij om dit zeggen. Om een oordeel over iemand te hebben die je zelden tot nooit ziet.
Mijn lichaam was op, mijn grenzen waren overschreden en ik baalde daarvan. Wie was zij om na een half uur in mijn gezelschap te bepalen dat ik depressief was.

Je kunt aan de buitenkant niet zien hoe iemand zich van binnen voelt.
Nog zie ik hem lopen, een vrolijke en altijd lachende kerel.
Toen ik hem al een tijdje niet gezien had, vroeg ik aan mijn collega wat er aan de hand was.
Wat bleek, hij was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij was namelijk zwaar depressief en had hier al lang last van.
Ik kon mijn oren niet geloven. Die leuke en opgewekte man was depressief. Op dit moment besefte ik dat uiterlijk inderdaad vaak maar schijn is.

Op het moment dat zij zei dat ik depressief ben, voelde ik ook schaamte. Niet voor mezelf, maar wat de anderen hiervan zouden denken.
Belachelijk natuurlijk, want een depressie overkomt je. Na een zwangerschap, door eenzaamheid of na een heftige gebeurtenis in je leven. Je kunt een stofje in je hersenen missen. Je kunt hier zelf niets aan doen.

Toen ik nog een stuk jonger was, voelde ik verbijstering en ongeloof als ik hoorde dat iemand zich van het leven had beroofd. Hoe kun je dat nu doen? Hoe kun je dat je nabestaanden aandoen? Zo’n egoïstische daad.
Ik kon oprecht boos worden als ik hoorde dat familie was achtergebleven zonder te weten waarom.
Het niet weten waarom, dat lijkt mij zo erg. Je denkt iemand te kennen, je denkt dat iemand zich goed voelt en opeens is hij of zij weg.

Nu besef ik me dat als je zo zwaar depressief bent dat je het leven niet meer ziet zitten, je niet eens meer aan je nabestaanden denkt. Het gat is te zwart, te diep.
Na het lezen van het boek van Isa Hoes over haar man Antonie Kamerling, zag ik wat het doet met iemand die niet meer verder wil en kan.
Hoe vreselijk moet iemand zich op zo’n moment voelen. Misschien al een hele lange tijd.
Ik kan het me niet voorstellen en hoop het nooit mee te maken.

Mijn schrik was dan ook groot toen ik onlangs las dat ruim 1 op de 5 jongeren voor hun 19e al eens ernstige psychische problemen heeft gehad.
Helaas wordt dit vaak niet als zodanig herkend. Dwars, verdrietig of emotioneel gedrag wordt snel aan de puberteit toegeschreven, zonder dat er gekeken wordt of er mogelijk meer aan de hand is.
Zelfdoding komt daarom steeds vaker voor onder jongeren.

Wie is zij om te zeggen dat ik depressief ben.
Je kunt aan de buitenkant niet zien hoe iemand zich van binnen voelt.
Luister en praat, maar oordeel niet.
Doorbreek het taboe dat op depressie heerst.
Je hoeft je niet te schamen voor deze “ziekte”.

Verliefd op een vrouw

Standaard

homo

Het moet me van mijn hart, ik kan het niet langer ontkennen, ik ben verliefd. Verliefd op een mooie blonde langharige dame. Als ik in haar ogen kijk dan fladder ik, voel ik de kriebels in mijn buik. Als ze me aanraakt dan smelt ik als een stukje chocolade wat in de hete middagzon ligt te liggen.

Hoe zouden jullie hierop hebben gereageerd als ik dat een half jaar geleden als happy single verteld zou hebben. Verbaast, lacherig of spottend. Zou ik over de tong gegaan zijn in ons begripvolle dorpje? Heb je het al gehoord, Maris valt op vrouwen.
Nee, dat meen je niet! Goh, dat had ik niet verwacht. Ja, er komen natuurlijk wel regelmatig vrouwen over de vloer. Zou ze echt op meiden vallen of ook nog op mannen? Misschien doet ze het wel met beiden.

Lesbisch zijn is natuurlijk nog “erger” dan vriendschap met een jongere kerel. Seks met iemand van hetzelfde geslacht dat is pas een geweldige roddel. Daar valt een cougar verhaal van in het niet. Roddelen daar houden we van. Ook al vinden we onszelf best modern en zeggen we elkaar te respecteren, toch is de werkelijkheid helaas vaak anders.

Ik doe er zelf ook wel eens een beetje aan mee. Totaal onbewust, dat wel.

Maris wat heb je een lekker kontje in die broek, lachend kijkt hij mij aan. Met een verbaasde blik kijk ik terug. Té verbaasd waarschijnlijk, want zijn reactie spreekt boekdelen. Ook al val ik dan op mannen, ik zie heus wel dat jij lekkere billen in deze broek hebt hoor. Bedankt, zeg ik met een glimlach op mijn gezicht en geef hem een speelse tik tegen zijn kont. Die billen van jou mogen er ook zijn.

Of die keer dat ik op een feestje was. Al snel had ik hem gespot, zeer aantrekkelijk, modieus gekleed, slank en gespierd. Een genot om naar te kijken, ik geef het eerlijk toe. Dat ik zat te loeren, bleef echter niet onopgemerkt.
Lekker ding hè Maris, jammer dat hij homo is. Ongelovig keek ik hem aan, daar geloof ik helemaal niets van. Zelfs toen de knappe jongen het beaamde, ik ben laatst op tv geweest omdat ik ben geïnterviewd, bleef ik nog twijfelen. Pas toen ik het filmpje op YouTube zag, wilde ik hem geloven. De mooie man bleek namelijk bij de hogere klassen te voetballen en was openlijk voor zijn geaardheid uitgekomen. Dit schijnt nogal bijzonder te zijn, omdat homoseksualiteit in de voetbalwereld nog steeds een taboe is. Vreemdgaan als een hitsige hengst dat is stoer en normaal, maar op iemand van hetzelfde geslacht vallen dat is not done. Spijtig keek ik hem aan, wat jammer dat je niet op vrouwen valt.
De rest van de avond hebben we gezellig gekletst en bij het afscheid kreeg ik drie zoenen en een dikke knuffel. Toch zonde, was mijn domme gedachte.

Laten we eerlijk zijn, ik hoef me voor deze reacties niet te schamen. Het kan namelijk veel erger.

Toen ik van baan veranderde kreeg ik een nieuwe collega, een stille en aardige dame van mijn leeftijd. Ik was toen een jaar of vijfentwintig. Zij was ook een bewoonster van ons “tolerante” Eiland en had geen contact meer met haar ouders. Haar Cristelijke ouders konden namelijk niet accepteren dat ze lesbisch is. Wat had ik een medelijden met haar. Ze leed zichtbaar onder deze situatie. Wat had ik een onbegrip voor haar ouders. Hoe kun je je kind nu niet meer willen zien, omdat ze op iemand van hetzelfde geslacht valt.
Wat maakt dat nu uit, het gaat er toch om dat je kind gelukkig is.

Zo ken ik een jongen en al vanaf dat hij kan lopen, weet ik dat hij niet op meisjes valt. Inmiddels twintiger is hij nog steeds single. Ook als ik hem nu zie, weet ik gewoon dat hij van de mannenliefde is. Ik heb geen idee wat er door hem heengaat. Durft hij het niet te zeggen? Niet te zeggen omdat zijn vader altijd al een grote mond gehad heeft over die “vieze” homo’s.
Maar wat maakt het nu uit, het gaat er toch om dat je kind gelukkig is.

Toch kan het altijd nog vele malen erger.

Je kunt een homoclub inlopen en daar lukraak mensen neerknallen. Doodschieten alsof het ongedierte is. Er zijn mensen die homoseksualiteit zien als een zonde of een ziekte. Maar volgens mij ben je pas goed ziek als je andere mensen haat en dood omdat ze op hetzelfde geslacht vallen.

Wat maakt het in vredesnaam uit of iemand homo, lesbisch, hetero, transgender of biseksueel is. Laat iedereen in zijn waarde en behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden.
Het gaat er toch om dat je gelukkig bent.
Dat JIJ gelukkig bent!

homo1

 

 

 

 

 

Zo oneerlijk!

Standaard

Oneerlijk

Ontspannen lig ik op mijn bankje, mijn smartphone in mijn hand.
Onverwachts word ik gebeld door vriendinnetje. Vriendinnetje die net zo’n hekel heeft aan telefoneren als dat ik dat heb. We bellen elkaar daarom zelden tot nooit.
Verbaasd pak ik de telefoon op, een vervelend gevoel bekruipt me. Ze belt niet zomaar voor een kletspraatje, dat weet ik gewoon.
Met een door tranen verstikte stem vertelt ze me dat het mis is. Ik moet mijn best doen om haar te verstaan. De harde werkelijkheid dringt echter al snel tot me door. Ik kan even niets anders zeggen dan, dit is toch geen waar hè. Stom natuurlijk, want zulke vreselijke dingen verzin je niet. Ik moet mijn best doen om niet met haar mee te huilen en wil haar troosten. Ik weet alleen niet hoe. Hoe troost je iemand die vreselijke berichten heeft ontvangen, die het gevoel heeft alsof de aarde onder haar voeten verdwijnt.
Ik wil haar helpen. Maar ik weet niet hoe. Hoe kun je iemand helpen die haar grote stoere zus door een hel ziet gaan.

Verslagen leg ik mijn telefoon weg. Ik moet dit even verwerken. Even verwerken dat de zus van mijn jeugdvriendinnetje weer ernstig ziek is. Dat de gevreesde ziekte weer heeft toegeslagen als een gemene stiekeme sluipmoordenaar. De tranen rollen over mijn wangen. Ik vind het zo oneerlijk.

Die nacht kan ik de slaap moeilijk vatten. Het blijft maar door mijn hoofd spoken. Het verdriet van mijn vriendinnetje, de ziekte van haar zus. Hoe oneerlijk kan het leven zijn. Weer moet zij de strijd aangaan met deze rotziekte. Nu met het besef dat ze niet meer beter kan worden. Dat ze alleen haar leven kan verlengen. Dat ze hoopt nog een tijd bij haar partner en kindjes te mogen blijven.
Hoe unfair. Waarom moet zo’n jonge vrouw door deze verschrikkelijke ziekte getroffen worden. Een vrouw die in de bloei van haar leven hoort te zijn.

Ik denk aan mijn collega, ook getroffen door deze gevreesde ziekte. 28 jaar is ze geworden, een zoontje van nog geen jaar oud achter gelaten. Wat is er door haar heen gegaan die laatste maanden van haar leven. Het besef dat haar zoontje haar nooit zal kennen. Haar alleen zal herinneren van foto’s. Nooit zal zij weten hoe zijn leven gaat verlopen. Alleen dat besef al.
Hoe vreselijk is dit. Deze wetenschap zal haar veel meer pijn hebben gedaan dan de lichamelijke pijn die deze vreselijke ziekte met zich meebrengt. Wat een onmacht zal zij gevoeld hebben.

Een mama hoort niet ziek te zijn, zij is de spil van het gezin.
Een mama moet haar kinderen volwassen zien worden. Een mama moet je kunnen vertellen wat er met je lichaam gebeurd als je ouder wordt. Ze hoort je te troosten bij je eerste liefdesverdriet, je wijze raad te geven als je dat nodig hebt.
Een mama moet bij je huwelijk aanwezig te zijn en de geboorte van je kindje meemaken.
Ze moet minimaal 80 jaar worden.
Een mama hoort niet ziek te zijn, zij is namelijk je mama.

Zo oneerlijk…
Kanker is keihard!

oneerlijk1