Help mij dan toch

Standaard

mishandeld

Het is een koude stille nacht. Rusteloos draait ze zich op haar andere zij.  Weer kan ze niet slapen. Ze staart naar het plafond zonder iets te zien. Gedachten schieten door haar hoofd.  Als ze in het donker naast zich tast, voelt ze hem liggen.  Ze voelt het koude staal van het lemmet. Geen sterke man die haar kan beschermen, maar een vlijmscherp mes. Ze hoopt het niet nodig te hebben.

Net als haar ogen zwaar beginnen te worden, hoort ze een ijselijke gil. Meteen zit ze rechtop in bed met de kippenvel over haar hele lichaam. Deze keer is het nog erger dan de vorige keer. Het krijsen en gillen stopt deze keer niet. De angstkreten gaan door merg en been. Ze schrikt van een bericht op haar telefoon. Hoor jij het ook? De buurvrouw van nog een huis verder is deze nacht alleen thuis en is ook bang. Wat moeten we toch doen?  Wat kunnen we doen? Er zit maar één ding op, we kunnen niets anders doen dan de politie bellen.

Niet veel later is het doodstil. Zou het nu dan eindelijk zover zijn? Is nu echt gebeurd wat iedereen in de straat vreest. Waar iedereen doodsbang voor is. Als ze door een kiertje in de gordijnen gluurt ziet ze een paar mannen met zaklampen lopen. Ze hoort de deur naast haar open gaan, zware stemmen galmen door de nu verder stille nacht. Voetstappen die naar boven gaan, een man die scheldt en vloekt. Zou er dan nu eindelijk wat gebeuren?

Er wordt op haar deur geklopt. Vier politieagenten staan met hun gezichten tegen haar raam en deur geplakt en vragen of ze binnen mogen komen. Wat moet ze doen? Ze wil niet dat iemand ziet dat de politie bij haar naar binnen gaat. Straks is zij ook haar leven niet zeker. Snel wenkt ze de mannen naar binnen.

We kunnen niets doen, zegt de ene politieagent. Het kindje is nog te jong om haar verhaal te vertellen.  En de moeder die zwijgt. De moeder doet geen aangifte tegen haar man. De politie weet en ziet dat de moeder bang is. De doodsangst staat in haar ogen gedrukt en is van haar gezicht te lezen. Dit kan toch niet, jullie kunnen toch niet machteloos toekijken hoe deze klootzak zijn gezin terroriseert en mishandeld. Straks is het te laat. Moeten we wachten tot het driejarige meisje in een wit kistje naar buiten wordt gedragen.  Moeten we straks met alle buren huilend om haar grafje staan en denken wat als…
Kunnen we dan helemaal niets doen. Is dit straks weer één van de vele drama’s die je op tv ziet. Alleen is het deze keer een stuk dichterbij dan wat je normaal op tv bekijkt.
De politie begrijpt de frustratie, maar ze zijn ook  machteloos. Dit is één van de véle schrijnende gevallen waar huiselijk geweld aan de orde is. Eén van de honderden, zo niet duizenden situaties.

De dagen erna is het stil. Doodstil. In het begin was ze bang dat de vrouw en het meisje dood in het huis naast haar zouden liggen. Net zo lang geslagen tot het leven uit ze was gevloeid. Of omgebracht met vele messteken. Ook hem ziet ze niet.
Inmiddels weet ze dat dit maar voor even is. Dat de ellende echt niet voorbij is. Dit is gewoon een stilte voor de volgende storm. Zodra hij weer te veel gedronken en gesnoven heeft, gaat hij weer los. Wordt hij weer agressief en slaat hij zijn boosheid eruit. Reageert hij zich weer af, niet alleen op zijn vrouw, maar ook op het kleine onschuldige meisje. Dat kleine onschuldige meisje met haar lieve blauwe oogjes. Dit meisje is nu al voor de rest van haar leven getekend. Waarom helpt niemand haar toch.

Als de kinderbescherming belt, vertellen ze dat de kinderrechter besloten heeft dat het meisje niet uit huis geplaatst wordt. Hoe bestaat het in vredesnaam. Er zijn inmiddels diverse aangiften door de buren gedaan. De politie is al tig keer langs geweest en er zijn al twee kinderen eerder uit huis geplaatst. Waarom moet dit kleine meisje in deze omgeving blijven. Willen ze dan écht wachten tot het te laat is.

Vol ongeloof luister ik naar dit schrijnende verhaal. Verschillende emoties passeren in een paar minuten bij mij de revue, van onbegrip tot boosheid. Waarom blijft de moeder bij deze man? Waarom neemt ze haar kind niet mee naar een blijf-van-mijn-lijf huis. Wordt ze met de dood bedreigd?  Ze kan toch niet van deze man houden. Ziet ze geen uitweg? Ik weet het niet, maar ik kan hier ook niet over oordelen. Je weet niet wat er door haar hoofd gaat.
De boosheid blijft bij mij hangen. Kunnen we niet met een groepje naar die kerel gaan en hem eens flink onderhanden nemen. Met alle plezier zou ik hem eens hard tussen zijn ballen willen schoppen. Kijken of hij dan nog zo stoer is. Ik zou hem willen zeggen dat hij met zijn handen van zijn vrouw en kind af moet blijven. Nog liever zou ik hem met een hamer op zijn handen willen slaan, zodat hij ze nooit meer kan gebruiken.

Wat zeg je nu?! Dit kan niet, dit mag niet. Je kunt niet voor eigen rechter spelen. Als iedereen dat gaat doen, wordt de wereld nog zieker dan hij al is.
Natuurlijk begrijp ik dit wel.
Maar wat dan?
Wachten tot het te laat is?

Net als haar ogen zwaar beginnen te worden, hoort ze een ijselijke gil. Meteen zit ze rechtop in bed met de kippenvel over haar hele lichaam. Deze keer is het nog erger dan de vorige keer. Het krijsen en gillen stopt deze keer niet. De angstkreten gaan door merg en been. Ze hoort het kindje schreeuwen. Ze hoort de vrouw huilen. Ze hoort de man vloeken, tieren en schelden.
Opeens is het stil….. nu voorgoed….

dode-baby

kindermis

 

Advertenties