Wat doe ik hier?!

Standaard

leven

Met een zwakke glimlach en een droevige blik kijkt hij me aan als ik vraag hoe het met hem gaat. Het gaat wel hoor, ik maak me zorgen. Maar zo is het leven.

Strijdlustig kijkt ze voor zich. Soms vraag ik me af waarom wij mensen bestaan. Hard werken om te kunnen leven. Leven om de aarde kapot te maken met z’n allen.

Een enkele keer vraag ik het me af. Waar leef ik nu voor? Werken om te kunnen leven. Geconfronteerd worden met zorgen, ziekten en verdriet. Verdriet om naasten die ziek worden. Het moeten toekijken hoe geliefden pijn lijden. Afscheid nemen van dierbaren. Stress in lastige situaties.

Als je jong bent denk je hier niet over na. Sta je hier niet bij stil. Als je ouder wordt, lijkt het of de tijd steeds sneller gaat. Jaren vliegen voorbij. Je ziet je ouders ouder worden. Je ziet ze soms tobben met hun gezondheid. Dit is wel eens moeilijk. Toch moet je dankbaar zijn dat je ze ouder ziet worden. Dat betekent dat ze nog bij je zijn.
Je ziet de zorgen van je naaste familie. Je leeft met ze mee, wilt ze helpen. Hun verdriet wegvagen. Helaas ben je machteloos. Wat is de zin van dit alles?

Als je jong bent en alles soepel verloopt in je leven, denk je hier niet bij na. De wereld ligt aan je voeten. Je maakt je druk om een puist op het puntje van je neus. Op je verlanglijstje staat het laatste model iPhone. Je verheugt je op een avondje chillen met je vrienden. De rest is onbelangrijk. Fijn als je leven nog zo onbezorgd is.

Als je ouder wordt en er is nog weinig tegenspoed op je pad gekomen, kun je soms niet begrijpen dat iemand op een andere manier leeft dan jij. Je lacht erom. Je oordeelt erover. Je hebt geen begrip.

Er zijn mensen die leven voor hun werk. Ze willen alleen maar presteren. Zijn dag en nacht bezig met hun werk. Relaties lopen hierdoor stuk. Vrienden raken ze kwijt. Dit kan ze allemaal niet schelen. Ze hebben het te druk met studeren, scoren en werken. Totdat het moment komt dat ze ziek worden. Een burn-out of erger. Dan komt de vraag, waarom? Ze hebben alleen geleefd voor hun carrière. Jaren zijn verstreken. Jaren waarin ze niet echt geleefd hebben, maar geleefd zijn.
Jaren die je niet over kunt doen.

Potten voor later. Uitstellen tot het mogelijk is. Eerst werken, zorgen en sparen. Het lijkt zo verstandig. Het is zo normaal.
Hoe weet je dat er een later komt? Wie zegt dat je dan je dromen nog kunt verwezenlijken?

Je druk maken om wat een ander van je denkt en vindt.
Vinden ze me wel aardig? Zullen ze over me roddelen, me veroordelen als ik dit doe.

Waarom zou je je hier druk om maken. Het leven is soms al moeilijk genoeg. Door de zorgen, de pijn en het verdriet.
Wat heeft het voor nut om je druk te maken om dingen die je toch niet kunt veranderen.

Natuurlijk moet je werken om te kunnen leven. Uiteraard heeft iedereen zijn verplichtingen. Maar vergeet daarnaast niet ook te genieten. Van de kleine dingen. Van de dingen waar je van houdt. Van de mensen die je lief hebt.

Ik werk om te leven en leef niet om te werken. Als ik minder kon werken, deed ik het. Niet omdat ik mijn werk niet leuk vind, integendeel. Maar er is zoveel meer. Ik heb nog zoveel dromen en wensen. Dit hoeft niet allemaal meteen, maar ik ga er geen twintig jaar mee wachten. Waarom is fulltime werken zo “normaal”?

Het maakt mij steeds minder uit wat mensen van mij vinden of denken. Noem me maar een levensgenieter. Liever een levensgenieter dan een zuurpruim is mijn mening. 
Ik wil me niet meer bezighouden met de dorpsroddels. Wat maakt het mij uit wie er bij jou op je bank zit. Wat maakt het jou uit met wie ik op mijn loungebank lig.
Ik doe geen dingen meer waar ik me niet goed bij voel. Soms teleurstellend, ik weet het. 

Iedereen heeft het recht om voor zichzelf te kiezen. Probeer gelukkig te zijn. Blijf bij jezelf.

De zin van het leven is de zin die jij aan jouw leven geeft…

Enjoy life today
Yesterday is gone
Tomorrow may never come

leven

Wat nou verliefd?!

Standaard

verliefd tong

Ben je verliefd? Met een glimlach kijkt hij me aan.
Verschrikt kijk ik terug. Verliefd? Of IK verliefd ben bedoel je? Vraagt hij nu echt of ik verliefd ben op hem. Twijfelend kijk ik hem aan. Hij is direct en daar hou ik van. Dat kan ik waarderen. Geen gekonkel en gedraai. Gewoon zeggen waar het op staat. Waarom schrik ik dan van deze vraag? Ik wil eerlijk tegen hem zijn. Open en oprecht. Toch kost het me moeite om het te zeggen. Verliefd worden wil ik absoluut niet. Dat ga ik echt niet toelaten. Met een neutraal gezicht kijkt hij me aan na deze, naar mijn idee, negatieve woorden. 
Je moet je gevoel volgen Maris.
Na deze woorden kijk ik hem aan alsof hij me een grote zwarte harige spin voorhoudt. Zo eentje die je meteen met je gympje wilt doodslaan. Zo hard beuken dat zijn lichaamssappen in het rond spatten. No way! Ik volg mijn gevoel echt niet. Ik gebruik alleen mijn verstand. Alleen mijn hoofd leidt mij momenteel door het leven. Mijn gevoel bezorgt mij teveel lijden is mijn ervaring. Mijn gevoel volgen. Hoe verzin je het.

Maris ben je verliefd? Verbaasd kijk ik naar zijn whatsapp bericht.
Je weet toch dat ik niet verliefd wil worden.
Je gaat dus nooit meer verliefd worden?
Nee!
Je bent wel echt genezen van de mannen hè.
Dat niet, maar ik wil gewoon niet meer gekwetst worden of me klote voelen om een kerel.
Ik begrijp je, maar niet iedere man is zo hoor. Ook al denk jij nu van wel.
Nee dat weet ik wel. Maar al die onzekerheden die erbij komen kijken. Al dat gedoe. Daar heb ik zo geen zin in!

Ben ik dan zo verpest? Kan ik een relatie echt alleen maar associëren met gedoe, gezeur, verdriet en ellende. Ben ik zo bang om weer op mijn bek te gaan. Om gekwetst te worden. Ik ben bang van wel.
De gevoelens van hopeloosheid, hulpeloosheid en radeloosheid staan in mijn hart gekerfd.
De frustraties, de spanning en de strijd zijn nog niet vergeten. Al merk ik wel dat het slijt.
De boosheid, het verdriet en de teleurstelling ben ik gelukkig bijna kwijt. Dit besef maakt me blij.

Is dat misschien de reden dat ik opeens van alle kanten de vraag krijg of ik verliefd ben? Is er een last van me afgevallen? Straal ik? Glimmen mijn oogjes? Zweef ik in het rond? Wat is er aan de hand?

Natuurlijk zijn er dingen die ik mis. Niet alleen de seks, maar ook een knuffel. Vooral ook die knuffel. Lekker in iemands armen liggen. Met mijn hoofd op zijn schouder. Samen op de bank liggen met een drankje en een spannende film. Lekker op mijn rug gekriebeld en gestreeld worden.
Dit gemis besef je op het moment dat je met je hoofd tegen die leuke man zijn schouder ligt. Als hij je lieve kusjes op je slapen geeft. Als hij je diep in je ogen kijkt. Als hij zijn armen stevig om je heen slaat. Als je met je wang tegen zijn wang ligt. Of in het kuiltje van zijn hals. Als hij met zijn vinger op je neus tikt. Als je elkaar lachend aankijkt.
Het zijn de kleine dingen die het hem doen. Op die momenten word ik zwak. Op die momenten stamel ik, je hebt gelijk! Ik wil inderdaad niet heel mijn leven alleen blijven. Dit is toch wel erg fijn.

Zwak?! Maris en zwak dat past niet. Dat kan niet. Dat bestaat niet.
Stamelen, ben je nu helemaal van de pot gepleurd. Waar is je stoere attitude gebleven. Je gaat toch geen softy worden hé.
Die gigantische dikke muur van niet te slopen staal blijft toch wel overeind staan. Doe eens even snel normaal. Landt eens snel weer met je beide beentjes op de grond. Jij bent echt niet verliefd.

Verliefd ben je als je hele dagen loopt te zingen en te dansen. Zingen wil ik mijn omgeving niet aandoen en dat dansen van daarnet in de tuin komt echt enkel en alleen door dat lekkere nummer op mijn smartphone en die fles wijn die ik genuttigd heb.
Vlinders in mijn buik? Dat is vast een scheet die dwars zit.
Dat goeie humeur van mij? Dat heb ik toch altijd. Dat is niet uitzonderlijk.
Mijn concentratieproblemen? Dat is niets nieuws. Daar heb ik al heel mijn leven last van.
Als je verliefd ben, krijg je geen hap door je keel toch. Dit is zo’n moment waarvan ik denk, kom maar op met die verliefdheid.
Slapeloze nachten? Zorgen, allemaal zorgen.

Hou maar op. Jullie kunnen me niet overtuigen.
Verliefd worden is zo niet 2015.
Misschien 2016….

Achtervolgingswaan(zin)

Standaard

achtervolg

Het is een heerlijke zomerse zaterdagmiddag. Genietend van de zon, elkaars gezelschap en een wijntje zitten we aan het tafeltje op het volle terras. We kletsen wat over relaties en werk. We smikkelen van een portie snacks. Kortom een relaxte zaterdagmiddag. Een zaterdagmiddag zoals ik ze graag doorbreng.

Al een paar keer heb ik jaloers naar een paar dames gekeken. Ze zitten heerlijk onderuitgezakt op de enige aanwezige loungebankjes. Wat zou ik daar graag zitten. Lekker relaxed met mijn rug in de kussens en mijn benen gestrekt.
Na een tijdje krijgen de dames gezelschap van een stoer uitziende man. Kaal, breed en tattoos. Het type ruige hardrocker. Hij staart naar zijn glas bier en kijkt de dames vervolgens aan. Als hij tegen ze begint te praten, duurt het niet lang of de dames verlaten het terras. Het ene loungebankje is nu vrij. Vragend kijk ik vriendinnetje aan, zullen we? Twijfelend kijkt ze terug. Ach, zeg ik, die kerel negeren we gewoon.

Snel springen we op voordat het bankje ingepikt wordt. De meneer zegt ons vriendelijk gedag en afstandelijk groeten we hem terug. Verder negeren we hem, hij moet zich vooral niet geroepen voelen om tegen ons te gaan kletsen. Dames wat zijn jullie mooi. Sceptisch kijken wij hem aan. Hebben jullie een vriend? Ja, zeg ik snel. Hopelijk is dit genoeg om ons met rust te laten. Zijn jullie studenten? Na deze vraag schiet ik hartelijk in de lach. Yeah sure, hoeveel biertjes heb je al op?

Vriendinnetje en ik kijken elkaar lachend aan en kletsen weer verder. De stoere kerel schuift heen en weer op zijn bankje. Schichtig kijkt hij om zich heen. Weten jullie hoe ver het naar de taxistandplaats is? Geen idee, zeggen we beiden in koor. Hij roept de kelnerin bij zich en vraagt haar of ze een taxi wil roepen. Serieus gaat ze op zijn vragen in en vertelt hem dat op het Stadhuisplein echt geen taxi kan komen.

Het hoge woord komt eruit. Ik heb achtervolgingswaanzin. Ik durf niet naar de taxi te lopen, want dan word ik achtervolgd. Sceptisch kijk ik hem aan. Meent hij dat nu?
Vragend kijk ik naar vriendinnetje, zou hij drugs gebruikt hebben? Vriendinnetje haalt achteloos haar schouders op.
Ik ben vannacht beroofd in mijn eigen huis. Ik ben in elkaar geslagen en nu ben ik bang dat ik achtervolgd word. Opnieuw kijk ik hem aan. Heb je drugs gebruikt? Vriendinnetje kijkt met grote ogen naar me, ik wist dat je dat aan hem ging vragen. Ik wist het. Nu is het mijn beurt om achteloos mijn schouders op te halen. De meneer ontkent het drugsgebruik.

Besluiteloos wipt de man op het bankje op en neer. Spiedend kijkt hij om zich heen. Ik durf niet. Kan die taxi echt niet hier komen? Even later komt de kelnerin naar hem toe, ze zegt dat ze een taxi voor hem heeft gebeld en hoe hij moet lopen. Het is maar een paar minuten hier vandaan. Besluiteloos blijft hij zitten.

Drugs gebruikt of niet, ik voel en zie zijn angst. Dit is niet gespeeld. Hoe kan zo’n grote stoere kerel zo bang zijn. Ik begrijp er helemaal niets van.
Misschien is hij psychisch ziek of komt het toch door de drugs, ik heb geen idee, maar deze man is echt doodsbang.

Kordaat kijk ik hem aan, kom ik breng je wel bij de taxi.
Echt? Hij kijkt me vragend aan. Ik spring op en loop met de kerel mee, vriendinnetje en de rest van de mensen op het terras verbaasd achterlatend. Natuurlijk ben ik niet helemaal achterlijk. Ik zorg dat er zeker een meter ruimte tussen ons is. Als een tijgerin in het nauw gedreven, sta ik klaar om deze man te bespringen. Als hij maar één vinger naar me uitsteekt, zal ik hem aanvallen. Dit is echter niet nodig.
Met zijn handen op zijn rug loopt hij zenuwachtig naast me. Word ik echt niet achtervolgd? Nee, er is niemand die achter ons aankomt. Echt niet. Plots blijft hij staan en kijkt me aan. Je bent lief! Mag ik je nummer? Dank je en nee dat mag je niet. Gehaast loopt hij weer verder, een zacht jammer mompelend. Als we bijna bij de taxi’s zijn, blijf ik staan. Ik wijs hem waar hij moet zijn. Hij loopt met grote passen richting de taxistandplaats. Ik kijk hem een paar seconden na, draai me om en kijk niet meer achter me. Vriendinnetje is opgelucht als ik weer naast haar in het loungebankje plof.

Bizar wat drugs met je kan doen. Ik oordeel of veroordeel niet, maar ik ben blij dat ik me nooit aan deze zooi gewaagd heb. Soms vraag ik me af wat iemand er toe brengt om met drugs te beginnen. Is het nieuwsgierigheid? Wil je erbij horen?

De afgelopen tijd heb ik een aantal gesprekken gehad met mensen die gebruikt hebben. Zonder mening, maar uit interesse vraag ik wat ze er toe brengt. Ik ben oprecht geïnteresseerd. Ze vertellen me dat het vaak meedoen met vrienden is. Je moet sterk in je schoenen staan om als enige nee te zeggen. 

Toch kan er ook een achterliggende oorzaak zijn. Iemand kan psychisch in de knoop zitten en de werkelijkheid willen ontvluchten. Dit is echter maar van korte duur. Het zwarte donkere gat wordt alleen maar dieper en groter. 

Respect heb ik dan ook voor degenen die beseffen dat ze zichzelf kapot maken. Die zichzelf dwingen om te stoppen. Die de moed vinden om voor zichzelf te kiezen. Die hulp zoeken.
Die zelfs in moeilijke periodes niet teruggrijpen naar het fijne gevoel wat drugs kan geven.

Een moeilijke periode is namelijk geen reden om weer naar de drugs te grijpen. Het is een excuus.

Zo heb ik het nooit bekeken. Toen hij mij deze woorden zei, dacht ik, jij komt er wel. 

De stoere meneer van het terras zal zover niet komen ben ik bang…

keuze3

Ik vind je leuk

Standaard

leuk

Met gemengde gevoelens staar ik naar het schermpje van mijn telefoon. Verbaasd kijk ik naar zijn berichtje. Het staat er echt, ik vind je leuk.
Ojee, wat moet ik hier nu van denken? Wat moet ik hier nu van vinden? Natuurlijk ben ik leuk. Dat is simpelweg een vaststaand feit. Maar hoe bedoelt hij het? Waarschijnlijk bedoelt hij er helemaal niets mee en til ik er te zwaar aan.
Meteen hoor ik alle alarmbellen rinkelen. Maar dit ligt meer aan mij dan aan hem. Ik weet niet goed hoe ik moet reageren en met een “zeg dat nu niet” probeer ik hem af te schrikken.

Toch heeft hij aantrekkingskracht op mij. En dat weet hij. Dat weet hij donders goed. Het is heel simpel. Ik wil hem ook gewoon zien.

Een paar dagen later kijken we elkaar in de ogen. Ik vind je echt leuk. Weer weet ik niet hoe ik moet reageren. Ik mompel een dank je en kijk snel een andere kant op. Als hij naar me glimlacht, smelt ik. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. Ik kijk wel mooi uit. Nee ik vertel hem waarom hij mij juist niet leuk moet vinden. Met mijn argumenten sla ik hem om zijn oren. Ik schud er binnen luttele seconden tig uit mijn mouw.
Hij kijkt mij alleen maar onverstoorbaar en doordringend aan. Shit, ook dat laat mij niet koud.

Een half uur later moet ik mezelf bekennen dat hij ook leuk is. Die conclusie had ik eigenlijk al iets eerder getrokken, maar ook weer net zo snel van me afgeschud. Doe eens even normaal Maris. Doe niet zo soft. Gebruik gewoon even je nuchtere verstand. Dat nuchtere verstand wat net zo koel is als het koudste water wat door de bergen in de Alpen stroomt. Het is nog net geen ijswater.
Binnen no time zet ik mezelf weer met beide beentjes op de grond.

Wel vind ik dat ik eerlijk moet zijn. Met moeite pers ook ik de woorden uit mijn strot. Ik vind jou ook leuk hoor. Zo zachtjes dat hij het misschien niet eens goed gehoord heeft.
God weet hoeveel moeite mij dit kost. Ook al zegt het zo weinig, voor mij is het alsof ik van een hoge toren moet springen. Springen zonder tuigje en vangnet.
Ik wil hem namelijk helemaal niet leuk leuk vinden. Dat komt veel te dichtbij. Het benauwt me. Me, the happy single zit daar helemaal niet op te wachten. Vrijheid blijheid is mijn motto. Geen moeilijk gedoe aan mijn hoofd. Blijf veilig uit mijn buurt. Ik kan wel 100 argumenten verzinnen, waarom we elkaar niet leuk moeten vinden.

Laatst vroeg ik me af of ik überhaupt ooit nog wel geschikt zal zijn voor een leuk leuk, de liefde of doe eens gek een relatie. Ik besprak dit met mijn “helpende hand”.
Zij schrok van mijn vraag. Waarom zou ik in vredesnaam niet geschikt zijn? Alsof het stuklopen van mijn relatie alleen mijn schuld was. Verre van dat.
Ik mis nu alleen wat vertrouwen in mensen en relaties. Maar dat is niet zo vreemd na mijn teleurstellingen.

Overgave voor mij is heel moeilijk. Ik doe graag mijn eigen ding. Misschien te graag vraag ik me wel eens af.
Ik kan wispelturig zijn en daar moet je als partner wel mee om kunnen gaan. Als ik me minder voel, heb ik begrip en ruimte nodig. Een eventuele lover moet dit mij wel kunnen geven.

Samen kwamen we tot de conclusie dat ik geen standaard persoonlijkheid ben. Dit is voor mij natuurlijk oud nieuws. Ik weet donders goed dat ik geen standaard dame van 41 jaar ben. Voor mijzelf is dit een positief iets. Standaard is in mijn ogen saai en ik hou niet van saai.

Maar ach wat betekent het nu eigenlijk als je iemand leuk vindt. Zo weinig toch. Een man vindt al snel een vrouw leuk heb ik me vanavond laten vertellen.
Leuk betekent niet meteen leuk leuk leuk.
Misschien moet ik gewoon genieten van het moment.
Misschien moet ik hem gewoon leuk vinden.
Ach wat maakt het ook uit. Doe niet zo moeilijk.
Zeur niet zo. Het is toch geen huwelijk.

Be-happy-for-this-moment-this-moment-is-your-life

Singles niet welkom voor ivf

Standaard

donor

Discriminatie noem ik het.
Single ik is niet welkom.
Niet welkom in veel vruchtbaarheidsklinieken.
Ze willen mij niet helpen om zwanger te worden.
Bijna de helft van de ziekenhuizen die vruchtbaarheidsbehandelingen uitvoeren, weigeren een alleenstaande vrouw te helpen met een paar zaadjes.
De reden? Een kind hoort op te groeien bij ouders met een stabiele relatie. Maar dit wordt niet gezegd.
We hebben geen spermabank is de vaak gebruikte k*tsmoes. Tja én met een k*tsmoes én zonder zaad kom je niet ver. De eierstokken blijven dan zeker onbereikbaar.

Voor mij zit er nu maar één ding op.
Ik moet op zoek naar een donor. Niet zomaar een donor, maar het liefst eentje die er aantrekkelijk uitziet, slim is en genoeg geld heeft. Genoeg geld om mij ook een flinke kinderalimentatie te betalen.
Logisch toch, ik wil mijn kindje in mijn eentje opvoeden. Je gelooft toch niet dat ik dan vier dagen blijf werken. Nee mijn aantrekkelijke, slimme zaadschieter wil met liefde meebetalen. Wat hij hiervoor terug krijgt? Als ik het tref, één gigantische wip. Als hij het treft, blijft het niet bij één.
Wat zijn voordeel is? Hij hoeft zich nergens mee te bemoeien. Sterker nog, hij mag zich nergens mee bemoeien.
Zaad en geld, dat is het enige wat ik wil.
Wat als ik zo’n gek niet kan vinden? Dan luis ik er toch een kerel in. Dat is niet zo moeilijk hoor. Daten, een paar keer seks zonder condoom en hopelijk ben ik dan snel zwanger.
Als ik eenmaal zwanger ben, dump ik hem gewoon keihard. Wat kan mij het schelen hoe hij zich hierdoor voelt. Het gaat toch alleen om mij. Ikke, ikke, ikke en die zaadschieter kan stikken.
De kans dat hij het kindje niet erkent is natuurlijk aanwezig. Dan zal ik alles zelf moeten bekostigen. Dat zou balen zijn. Maar met een beetje geluk, sleep ik er een fijne alimentatie uit.
Ik zal wel zorgen dat hij weinig tot geen rechten heeft. En als mijn kindje groot is, vertel ik hem of haar wat een eikel papa is. Dat papa nooit aandacht had. Dat papa geen interesse in zijn kind had en nog steeds niet heeft.
Ik zorg wel dat papa zo min mogelijk in beeld is.

Ben ik echt zo gemeen? Nee, ik niet.
Wil ik echt zwanger worden? Nee, ik niet.

Maar er zijn wel genoeg single vrouwen die een kinderwens hebben. Ze hebben de ware liefde nog niet gevonden. Of ze hebben geen behoefte aan een man in hun leven.
Wat de reden ook is, ik vind dat deze dames een kans moeten krijgen om een baby’tje op te voeden. De ziekenhuizen moeten hier aan meewerken. Natuurlijk moet er gekeken worden of deze vrouwen het écht willen en met de juiste reden.
Je moet het namelijk niet onderschatten, een kindje in je eentje opvoeden. Niet alleen financieel, maar ook psychisch. Alleen beslissingen nemen, altijd klaarstaan voor je kindje. Zonder een aantal fijne mensen in je buurt die je willen helpen, is het bijna niet haalbaar om een kindje in je eentje groot te brengen.

Wat die k*tsmoes betreft. In welk tijdperk leven we?
Stabiele relaties, laat me niet lachen. Er komen meer echtscheidingen voor, dan dat er stabiele relaties zijn.
Heeft een kindje het nu beter bij een mama die met liefde in haar eentje voor hem of haar zorgt of bij een papa en mama die steeds ruzie maken en op een gegeven moment besluiten uit elkaar te gaan. Als het kind het treft, wordt het ook nog heen en weer geslingerd tussen de haatverhouding van de ouders.

Ivf weigeren omdat het belang van het toekomstige kind in het geding is.
Wie zegt dat een kindje een toffe toekomst heeft bij een papa en mama. Niemand kan dat garanderen toch.
Alleenstaand ouderschap is nog altijd beter dan een slecht huwelijk.

Nee ziekenhuizen, weiger die single dames maar hoor. Dat is toch geen probleem voor sommige “dames”.
Een keertje van bil en hopen dat hij snel raak schiet. Makkelijk toch.
Ze zijn er echt! Harteloze, kille trutten vind ik het. Egoïstische misbaksels. Als je dan zo graag een kindje wilt, heb dan ook de ballen om het echt in je eentje te doen. Zoek dan iemand op die je wilt “helpen”. Wees gewoon eerlijk.
Eerlijk? Maar zulke mannen zijn er niet hoor.
Geloof me, ze zijn er heus wel. Ik heb er gedate met eentje. Hij wilde een relatie met mij, maar zijn vorige date wilde hij wel voorzien van een paar zaadjes. Ach als zij toch graag een baby’tje wil, dan help ik haar toch. Doe niet zo moeilijk Mariska!

Ik moeilijk?
Vruchtbaarheidsklinieken doe niet zo moeilijk!

En mama’s zorg ervoor dat je je kindje altijd recht in de ogen kunt aankijken…