Swipen, kruisje, hartje

Standaard

tinder

Je hebt je maximum bereikt.
Om verder te gaan, mag je betalen.
Over 24 uur mag je weer verder swipen.

Deze melding heb ik nog niet gezien.
Deze melding zal ik echt niet gaan zien.
Maar niets zo veranderlijker als een vrouwsmens, dus you never know.

Van amper nog swipen, ben ik nu weer op swipen hier, swipen daar, swipen overal, overgestapt.
Wel blijf ik nog steeds kritisch.

Baarden is een kruisje. Niet alleen omdat ik een baard niet mooi vind. Nee, het krioelt er van de beestjes. Ja, echt ik heb het van de week gelezen. In baarden zitten allemaal enge dingen. Ik wil toch niet zoenen met iemand terwijl ik weet dat er allemaal beestjes kunnen overspringen. Krijg je een niesbui omdat er iets in je neus kruipt.
Ik wil toch niet dat ik opeens een sliert bami die is blijven hangen, tegenkom.
Of bedorven melk van een week oud. Ieuw!

Kinderen op de foto of in de profielomschrijving is nu ook een kruisje. Na verhalen over vervelende schizofrene exen, co-ouderschappen, torenhoge alimentaties, vliegen en rennen naar de voetbal, zwemles, rugby en dat allemaal voor elf uur ’s ochtends op de zaterdagochtend ben ik nu echt genezen.

Moham, Alibahami, Krzysztof, Magnar, Mieszko, Badr, Bami, Nasi en Spaghetti krijgen van mij ook een kruisje.
Ook al ben ik dol op Exotisch, Pools en ander buitenlands eten. Geef mij in mijn bed en aan mijn tafel maar een Hollandsche man met dezelfde ideeën als deze nuchtere boerin.

Hmm die is leuk, even zijn andere foto’s bekijken.
O nee, een grote bulldog. Been there, done that.
Kwijl, haren, janken, uitlaten, poep ruimen. Kruisje.
En een poesje dan? Op de één of andere manier trekt een man die van poesjes houdt mij niet. Vraag me niet waarom, maar ik vind poesjes meer een vrouwending.
Geen Mariskading, maar zeker geen mannending.

Mannen van 40 die eruit zien als 60 jaar. Kruisje.
Mannen die om hun nek een paar vrouwen hebben hangen. Kruisje.
Mannen die een foto hebben van een vrouw met duct tape om hun polsen. Kruisje.
Mannen met kruizen om hun nek die nog groter zijn dan mijn strings. Kruisje.
Mannen met kakbermuda’s. Kruisje.
Kruisje, kruisje, kruisje.

Toch heb ik heus nog wel een paar hartjes gestuurd.
Ja, echt waar! Er bleven er nog wel een paar over.

Een foto van twee glazen wijn. In zijn profiel staat donker haar, ondeugende ogen, zelfverzekerd. Dat intrigeert mij dan weer. Zelfverzekerd, maar geen foto durven plaatsen. Ja ja, het zal wel. Wat zit daar achter.
Hij komt uit Breda, 46 jaar en wil me wel een foto mailen hoor. Graag! Ik geef hem mijn emailadres wat ik ook gebruik voor Marktplaats. Ja, ik wil hem dan wel niets verkopen, maar mijn naam krijgt hij ook niet. Vol spanning, open ik de mail.
Een echte Brabander is het eerste wat ik me bedenk. Maar nu doe ik de Brabanders tekort. Een echt Roosendaals hoofd dan? Of komt dat door die zakenrelatie uit Roosendaal, die heeft ook zo’n hoofd. Groot en glimmend. Een beetje opgeblazen. Een André Hazes idee, maar dan anders. Nee nu doe ik de mensen uit Roosendaal tekort.
Hij vraagt me, nee zegt me mijn matches te tellen. Ik hoef niet te tellen, want het staat er gewoon bij. Momenteel 26, maar met de meesten klets ik niet, geef ik braaf aan hem door.
Verwijder er dan eerst maar eens een aantal zegt hij, nee gebiedt hij me.
Bassie (zonder Adriaan) ik vond jou al niet leuk, maar dit is echt de genadeklap. Als ik iemand verwijder ben jij het. Niemand die mij zegt wat ik moet doen. Been there, done that. Never again. En me dan ook nog meteen hartjes, roosjes en kusjes sturen.
Glimmende, gebiedende slijmbal.

Dan komt er nog een goed uitziende kerel in beeld. Hij komt uit Dordrecht. We kletsen wat en ik vraag hem wat hij gaat doen. Daar komt de aap al uit de mouw, de muis al uit zijn holletje.
Ik ga zo met mijn zoontje naar voetbal en ook nog met mijn dochter naar synchroonzwemmen. Dit laatste zegt hij vol trots. Leuk, vooral dat voetbal. Ik vind voetbal veel leuker na na nana.
Maris, je gedraagt je als een klein kind, van wie net het laatste snoepje is gejat.
Hij zegt gedag met een ik vind het leuk dat ik jou hier heb ontmoet. Ik ook, zeg ik terug. Maar zo jammer, zo jammer denk ik er achteraan.

Inmiddels spreekt een bowlende kerel me aan. Leuke foto’s en een leuk profiel, zegt hij. In zijn profiel staat helemaal niets.
Dat kan ik van jou niet zeggen, is mijn antwoord, ja je profiel dan hé. Vertel maar raak!
Ja, vraag maar raak.
Hij komt uit Breda. Hij houdt van een drankje met vrienden doen, Caribbean, cocktails drinken, vakantie.
O stop maar, je bent al bijna goedgekeurd, is mijn gedachte. Nog een kleine vraag, heb je kinderen? Nee, jij toch ook niet! Wat blijkt, we hebben beiden ook de kinderwens niet (meer).
We zijn allebei best gesteld op onze vrijheid namelijk.
Hij vraagt mijn lengte, ik de zijne. 20 cm perfect!
20 cm. langer dan ik ben. Ja hallo, wat dachten jullie dan? Naar die lengte vraag ik niet hoor.
Maar nu komt het, nu komt het, wat mij spontaan in vuur en vlam zet. Ik moet van het weekend werken? Werken? In het weekend? Ja, ik ben ICT’er en systemen moeten vaak in het weekend en ’s nachts blablabla. De rest hoor ik al niet meer. Ik weet genoeg. Heerlijk, prachtig. Ik trouw met hem.
Heb ik lekker ook nog weekenden voor mezelf.

Nu hoor ik jullie denken. En die “klik” dan Maris. Waar is je “klik” gebleven? Mijn “klik” is al drie dagen niet op Tinder geweest. Nu is dat misschien juist wel een goed teken. Hij is dus niet met tig andere vrouwen bezig. Maar hij heeft het momenteel best druk. Druk met de ontlasting van zijn bovenburen. Een heel vies verhaal. De details wil je niet weten.
Hij appte me net dat hij een Indisch stoofpotje aan het maken is. Donders, hij deed me van de week geloven dat hij alleen maar een pizza in de oven kan stoppen. Als ik hem op zijn kop geef, lacht hij me uit. Nee hoor, ik vind koken leuk.
Yeahhh hij vindt koken leuk.
Ja, dat zijn jullie vergeten hè. Hij heeft mijn 06.
Doei Tinder, hoi Whatssapp.

Ja die Maris is lekker bezig.
Matches, chatten, appen, daten.
O nee, daten, dat durft die, wat was het ook alweer… SUPERPOEPER niet.

tinder

Advertenties

Gaan we een keer FTF doen?

Standaard

face 

Wat? Wat stuurt hij nu?
Is dit dan toch een oneerbaar voorstel?
Heb ik hem toch onderschat? Of overschat, het is maar net hoe je het bekijkt.
Had ik hem toch niet mijn 06 moeten geven?

Het begon zo gezellig.
Eigenlijk nog één van de weinig Tinder matches waar ik nog steeds contact mee heb.

De paardrijdende Brabo is uit zicht gereden. Het zal vast ook aan mijn niet aanwezige enthousiasme liggen.
De directe kerel uit Roosendaal is al een tijd uit beeld. Ik heb hem niets meer gestuurd.
De aardige Hoeksche Waarder komt af en toe nog voorbij. Erg actief op Tinder is hij volgens mij ook niet meer. Eens in de zoveel dagen stuurt hij een berichtje en vraagt hoe het met me gaat. Hij wilde me zelfs een fruitmand tijdens mijn griepje komen brengen. Vroeg of er wel voor me gezorgd wordt. Ik vind hem aardig.
Mijn in scheiding liggende match is geen match meer. Ik ben “ontmatched”. Wat vervelend. Vervelend voor hem, want nu kan hij zijn hart niet meer bij me uitstorten.

Swipen doe ik amper nog. Ik hoef niet zo nodig nog meer nieuwe matches.
Mijn collega heb ik al een tijdje geleden “gevonden”. Maar chatten doen we niet. Waarom ook? Ik loop wel naar zijn bureau als ik wat wil vragen of zeggen.

Toch heb ik wel één nieuwe match. Plotseling kwam hij weer voorbij. Ja, inderdaad wéér.
Tijdens mijn korte Tinderperiode vorig jaar, waren we ook een match. We hebben elkaar zelfs ontmoet toen. Geen echte date. Nee, gezellig wat gedronken met z’n vieren in de club waar hij werkt. Vriendinnetjes waren namelijk ook van de partij. Het was leuk. Hij is grappig, aardig en gezellig.
Na veel aandringen heb ik mijn 06 destijds gegeven. Maar hij druk, ik druk, het contact verwaterde.
Tot nu dan. Match!
Dit keer gaat hij kordater te werk.
Robin Hood klinkt uit mijn Iphone, we hebben een beller. Zonder twijfel neem ik op. O je neemt toch op, klinkt zijn stem.
Waarom zou ik dat niet doen, is mijn antwoord daarop. Ik dacht je drukt me vast weg. Waarom heb ik zo lang niets van je gehoord? Nee hoor, ik druk je niet weg. En ik heb jou toch ook niet gehoord.
Inmiddels ben ik niet meer zo snel van mijn apropos te brengen. Dus ik raak niet onder de indruk van zijn verwijtende toon.
Je weet toch dat ik een club gekocht heb. Ik heb het druk met mijn club en feesten organiseren. Je vriendinnen zijn al een keer naar mijn club gekomen, maar jij nog niet.
Ik heb het ook druk. We komen binnenkort een keer langs. Afgesproken.
’s Avonds belt hij me nog een keer. Hij wil me wel ophalen om mee te gaan naar zijn club.
Nee, ik lig al in mijn joggingbroek en mijn haar in de war.
En ben niet in de mood om te clubben of te meeten.
Oké, tot snel.

Hij is echter niet degene van het “FTF doen”. Nee, dat is degene waar ik “de klik” mee heb.
Maar het is maar een klik op de chat, zegt hij me nogmaals. Het zijn maar woorden. In het echt kan het zo anders zijn.
Weer praten we over van alles.
Ik probeer van hem te begrijpen hoe mannen denken. Waarom mannen soms hun best zo voor je doen, terwijl de intentie enkel en alleen een wip is. Ik hoop wijzer te worden, zodat ik mijn vriendinnen ook wijzer kan maken. Zij begrijpen namelijk ook niets van al die mannen.
Uit het niets vraagt hij me of ik seks met hem wil. Eigenlijk zegt hij het nog iets grover.
Ik weet even niet te reageren. Zie je Maris, dat werkt toch niet, als je het zo direct vraagt. Daarom doen sommige mannen meer hun best, terwijl ze alleen maar willen wippen, ontbijten en pleite. Ik snap wel wat hij zegt, maar ik begrijp het niet. Of ik vind het gewoon irritant, dat kan natuurlijk ook.

En dan komt opeens de vraag, zullen we een keer FTF doen? Weer weet ik niet hoe ik moet reageren.
Heeft hij het nu over f*cken?
Gelukkig valt heel snel het “kwartje” bij me.
Oooo, hij bedoelt face to face.
Om meteen te denken, ojee hij wil me ontmoeten.

Het enige wat ik terug stuur is een duimpje.
Een duimpje omhoog, dat wel.
Is dat een ja of een nee vraag ik mezelf af.
Hij vraagt niet verder.
Stiekem weet ik wel dat het een ja is.
Denk ik…

WTF een FTF moet toch kunnen?!

face

Zomer in mijn bol

Standaard

zon 

Worden jullie ook zo blij van die eerste zonnestralen.
Dat eerste lentezonnetje dat zich laat zien na een donkere, koude winter.
Heerlijk. Ik kan daar zo blij van worden.

In de Stad zitten dan meteen de terrassen vol. Je ziet alle mensen genieten van de warmte.
Je ziet de wijntjes, biertjes, stokbroodjes, bitterballen en olijven op de tafeltjes staan.
Heerlijk. Ik kan daar zo blij van worden.

Vriendinnetje en ik grepen dan ook meteen de gelegenheid aan.
Zij is net als ik een liefhebber van zon en terrassen.
We hadden het geluk dat er net een tafeltje vrij kwam waar de zon precies zijn licht op scheen.

Dames wat willen jullie drinken?
We keken elkaar vragend aan. Wat neem jij? Ja, wat neem jij?
Wijntje toch zeker, zeiden we tegelijkertijd. We schoten allebei in de lach.
Ja een wijntje hoort erbij. Proosten op de eerste zonnestralen.

Een beetje kletsend, een beetje rondkijkend en een tafeltje opschuivend genoten we van het zonnetje. Zij in dikke winterjas, ik in een dunner leren jasje.
Bij ons tweede wijntje verhuisden we nogmaals naar een tafeltje wat zojuist vrij kwam.
Dames, zei de kelner, waar zaten jullie eerst? Schuiven jullie soms met de zon mee?
Ja, natuurlijk schuiven wij met de zon mee. We willen zoveel mogelijk genieten van de zon.
Ik kan daar zo blij van worden.

Om een uur of vijf begon het toch wel kouder te worden.
De terrassen liepen nog niet leeg, maar wij besloten dat het leuk was geweest.

Toen we in de metro zaten, vroeg vriendinnetje, Maris heb je het koud.
Toen ik thuis kwam, moest ik even onder mijn warme dekentje gaan liggen.
Misschien waren we toch iets té enthousiast geweest.

Misschien verlang ik iets te veel naar de zomer en de zon.
Misschien moet ik de volgende keer iets minder uitbundig zijn.
Maar ik kan daar zo blij van worden.

Ik had de zomer in mijn bol
Alle terrassen zaten vol

Ik genoot van die eerste zon
Nu is mijn hoofd net een opgeblazen ballon

Ik had de zomer in mijn bol
Nu zitten al mijn holtes vol

Het zag er veelbelovend uit
De dagen erna was het alleen maar snuit, snuit, snuit

Ik had het zo naar mijn zin
Nu staat het snot tot aan mijn kin

Ik had de zomer in mijn bol
Nu snuit ik een stuk of honderd zakdoeken vol

Ik dacht die zon is toch gezond
Nu nies ik heel wat in het rond

Wat hadden we een pret
Nu lig ik te zweten in mijn bed

Geen winterjas meer aan
Nu kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan

Vreselijke pijn in mijn hoofd
Dat stiekeme windje heeft me van mijn restje weerstand beroofd

Een lekker wijntje was er bij
Nu ben ik toch iets minder blij

Ook al laat ik me nu een beetje kennen
Die zon gaat mij echt nog wel verwennen

Wat voelde ik me vrij
Doe mij nog een beetje vitamine D erbij

Ik heb de zomer in mijn bol!

snot

 

Fel?! Wie ik?

Standaard

Wat heb je gedaan? Vol ongeloof kijk ik haar aan.
Nou gewoon, ik heb gevraagd of zijn klauwen in het gips zitten. Dat meen je niet! Waarom? Ik kijk haar schaapachtig aan.
Nou gewoon, hij reageert niet op mijn smsjes. Stomme eikel. Hoe lang geleden heb je dan iets gestuurd?
Een half uur terug.
Ja, maar dat is toch nog maar kort geleden. Hij heeft misschien de kans nog niet gehad.
Dat kan me niet schelen.

Wat heb je gestuurd? Met grote ogen kijkt ze me aan.
Nou gewoon, ik heb gestuurd dat hij een grote l*l is. Ik vond dat wel een mooie afsluiter zo op de laatst dag van dit jaar.
Dat meen je niet! Wat stuurde hij terug?
Niets, daar kreeg hij de kans niet voor. Ik heb hem geblokkeerd.

Wat waren we fel. Wat hadden we een grote waffel.
Waren we boos, dan mochten ze dat weten ook.
We lieten echt niet met ons sollen.
Mijn motto was in die tijd, het is graag of niet. En anders dikke vinger. Vooral die dikke vinger.

Ik iets beleefder. Zij helemaal niet. Wat was ik soms trots op haar. Wat schaamde ik me soms voor haar.
Werd ik lastig gevallen door een kerel, sprong zij als een bodyguard tussen ons in. Het was zelfs ooit zo erg dat zij aan mijn ene arm trok en een kerel aan mijn andere arm. Allebei een andere kant op. Haar ogen spuwden vuur. Blijf van haar af!
Ik ging die avond naar huis met 10 cm. langere armen.
Als ze geen zin had om met iemand te praten, dan draaide ze resoluut haar hoofd de andere kant op. Als ze vond dat ik te lang beleefd bleef, ging ze demonstratief tussen mij en de “tegenpartij”  staan. Wat is dat voor een sukkel? Waarop ik dan sissend zei, hij hoort je hoor.
Ja, en! haalde ze dan ongeduldig haar schouders op.

Wat waren we twee felle bitches. Zij kon zo boos kijken. Maar ik nog bozer. Vuurspuwende ogen. Had het lef maar eens om ons verkeerd te behandelen.
Stiekem kwam dat ook wel omdat we allebei best een klein hartje hebben. Maar dat wilden we natuurlijk vooral niet laten zien. Je kunt toch beter niet laten merken dat je gekwetst bent.

Inmiddels tien jaar later. Ouder en wijzer.
Zij mama en vast een stuk milder.
Ik de veertig gepasseerd en een stuk rustiger.
Er moet nu heel wat gebeuren voordat ik iemand uitscheld.

Beleefd ben ik nog steeds.
Als ik nu niets hoor, denk ik bij mezelf, dan niet.
Boos maak ik me er niet meer om.
Druk ook niet meer. Tenminste dat probeer ik.
Doe jij geen moeite voor mij. Prima, ik nog minder voor jou.
Mijn motto “het is graag of niet” staat weer opnieuw met stip bovenaan. Ik maak er echter geen woorden meer aan vuil.
Die dikke vinger steek ik niet meer in de lucht. Ik ben tenslotte wijzer nu.
Je krijgt van mij, wat je zelf geeft.

Maar toch, soms, heel soms, komt dat duiveltje weer bij me naar boven. Zo vorige week. Een vriendin was behoorlijk pissed op een gozer en luchtte haar hart. Ze zou hem wel eens even de waarheid vertellen. Wat een loser, wat een eikel.
Dit keer spoten haar ogen vuur. En ik gaf haar gelijk. Ik vond hem ook een eikel.
Toen ik die avond op bed lag, dacht ik ook aan zo’n soortgelijke eikel. Ik pakte mijn iPhone en zocht hem op tussen mijn contacten. Met krachtige woorden typte ik wat ik van hem vond. Ik zou die sukkel wel eens even de waarheid zeggen. Die mooie praatjes van hem zou ik wel eens even stevig door zijn strot duwen.
Gelukkig was daar nog net op tijd het engeltje.
Maris, laat gaan. Sta er boven. Sta er ver boven.
Ga lekker slapen. Doe geen dingen waar je de volgende dag spijt van hebt. Zet jezelf niet voor paal. He is not worth the drama.
Ik verwijderde snel de tekst en zette mijn telefoon uit.
Het kostte me niet eens veel moeite eigenlijk.
Binnen enkele minuten lag ik onder zeil.

Mijn vader heeft gelijk.
Hoe ouder je bent, hoe kalmer en rustiger je wordt.

YES, eindelijk! Nu weet ik het zeker.
Ik ben volwassen.

Kriebel, krabbel, knuistje.

Standaard

kriebel

Bijna weer al een jaar single. De tijd vliegt.
En eerlijk is eerlijk, het bevalt me prima. Het is nu anders dan de andere keren. Dit keer heb ik meer rust. De rust om alleen te zijn op de zaterdagavond. Een paar jaar geleden kon dat echt niet. Dan vond ik mezelf sneu. Alleen op de bank op zaterdagavond, zo zielig, zo not done. No way.
Nu vind ik het heerlijk zo op z’n tijd.

De vrijdagavond alleen op mijn loungebank vind ik het beste ontspannen begin van het weekend. De kachel hoog, dekentje tot mijn kin, de afstandsbediening aan de ene kant en mijn wijntje en een zak chips aan de andere kant. Denkend, wat is het leven toch heerlijk. Oprecht genieten.

Ik hoef niet te zorgen. Ik hoef geen rekening te houden met.
Ik kan kijken waarnaar ik wil. Maar vooral de rust. Wat heerlijk die rust.
Ik kan naar bed wanneer ik wil, ik hoef geen wekker te zetten. Ik hoef me niet te verantwoorden als ik tot elf uur op bed wil blijven meuren. Niemand die me voor gek verklaard als ik nog een uur langer blijf liggen en alleen maar denk, mmm ik lig zo lekker. Ik hou zo van mijn bedje. Mijn bedje is mijn beste vriend. Ik kruip nog iets dieper weg in mijn kussen.
Ik krijg geen commentaar als ik als ontbijt een lekker stuk appeltaart met slagroom verorber. Of tot vier uur in mijn badjas blijf rondlopen. Mezelf verplaats van mijn bed naar mijn bank en een middag lang Sex and the City ga kijken. In een deuk lig om die vrouwenhumor.
Of als ik mijn net gekregen paashaas zijn kop insla om hem vervolgens bijna helemaal op te eten. Binnen een kwartier tijd. Daar wordt je dik van hoor! Blablabla.

Ik doe waar ik zin in heb.
Gezellige dingen met familie en vriendinnen.
De lente is nog maar net begonnen en ik zit al met een wijntje op een terras in Rotterdam. Ik hoef me niet druk te maken om andere vrouwen die voorbij paraderen. Geen kerel naast me die geen oog meer voor mij heeft, maar verlekkerd naar die andere chickies staart. Lekker romantisch. Lekker vleiend. Lekker irritant. Nee, doe mij nog een wijntje. En een bitterbal erbij. Daar voel ik me veel beter bij. Proost vriendinnetje. 

Ik beland op zondagavond onverwachts in de dorpskroeg. Mijn avondeten aan de bar, een tosti met curry.
Om daarna lekker in mijn badjas onder mijn dekentje te kruipen en Divorce te gaan kijken met als toetje het restje chocoladepaashaas.
Ondertussen een beetje socializen met leuke mannen.

Ik doe wat ik zelf wil. En niemand, helemaal niemand die me daar van weerhoudt. Niemand die commentaar heeft.
Niks mis mee toch.

Maar toch, toch werd ik vanmorgen wakker en voor het eerst, voor het eerst in een jaar miste ik iets. Voor het eerst had ik de behoefte om lekker tegen iemand aan te kruipen. Twee armen om me heen. Twee ogen die me verliefd aankijken.
Maar wat ik het meest miste waren twee handen. Nee, geen vunzige dingen. Gewoon heel gewoon twee handen die me heerlijk op mijn ruggetje kriebelen. O wat mis ik dat. Wat kan ik daar van genieten. Heerlijk lang gekriebeld worden.
Ogen dicht, nageltjes over je rug, in je nek. Lekker wegdoezelen. Spinnen als een poesje. Heerlijk!

Is het de lente die zojuist begonnen is?
Is het een teken? Ben ik langzaam uit mijn vrijgezellen coconnetje aan het kruipen?
Is dat kriebelgemis groter dan het gevoel van vrijheid?
Is dat lekkere gevoel me meer waard dan het gebrek aan gezeur?
Is die kippenvel me zo lief, dat ik mijn afstandsbediening wil afstaan?
Dat kan niet. Dat lijkt me onmogelijk. Help, dat is toch niet waar?

Laat ik niet te snel toegeven. Laat ik niet te snel toehappen.
Laat ik geen overhaaste stappen nemen. Laat ik me niet op de eerste de beste gewillige kriebelhandjes storten.
Ik kan me heus wel beheersen. Ik moet me beheersen.
Ik mag echt niet blind van de jeuk worden.
Nee, ik pak wel een vork!

kriebel

Druk, druk, druk

Standaard

valkuil

Opzij, opzij, opzij.
Maak plaats, maak plaats, maak plaats.
Ik heb een ongelofelijke haast.

Werken, zorgen, sporten, schoonmaken, socializen, studeren, familie bezoeken, telefoontjes plegen, dingen regelen, verplicht relaxen, vergaderingen, uitjes, shoppen, verplicht het journaal volgen.

WhatsAppen, chatten, whatsAppen, meteen reageren.
Help, ik word crazy.

Vliegen, rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan.

Goh Maris heb jij tegen een burnout gezeten?! Ik ben ook overspannen geweest. Ik heb een burnout gehad. Ik merk dat ik weer even pas op de plaats moet nemen, want ik glij weer terug. Ik zit ook tegen een burnout. Ik heb tig collega’s die met een burnout thuis zitten. Ik ben zo vreselijk moe steeds.

Met grote verbazing hoor ik de verhalen. Zoveel dertigers die een burnout hebben of gehad hebben.
Zoveel twintigers die niet in de gaten hebben dat ze richting een burnout gaan. Die echt een keer plat op hun bek gaan. Een klap met de hamer zullen krijgen.

We weten allemaal hoe het komt. We moeten zoveel.
Van onszelf, maar ook van de maatschappij. Veel mensen denken dat een burnout alleen komt door te hard werken.
Maar er spelen zoveel meer dingen mee, een belangrijke factor is stress. Stress door je relatie, stress en zorgen om je kinderen, stress in je baan, stress om je financiën of gezondheid.
Of “gewoon” stress om het leven.
Je moet aan zoveel verwachtingen voldoen.

Maar van wie moet je nu eigenlijk aan die verwachtingen voldoen? Van je omgeving? Van je baas? Of van jezelf?
Ben jij zelf niet vaak degene die je al die dingen oplegt.
Dat perfectionisme. Die lat die zo hoog mogelijk moet.

Is het echt zo erg als je een keer niet gaat sporten?
Als je een avond vrij neemt en in je joggingbroek op je bank gaat liggen niets doen.
Denk je nu echt dat de organisatie van dat feest stil ligt, als jij een keer niet kunt helpen.
Dat je kinderen er minder van worden als je ze een keer laat logeren, omdat jij een avond voor jezelf wilt en lekker wilt uitslapen.
Moet je echt vandaag die klus af hebben? Van wie dan?
Hebben ze geen begrip als je een keertje afbelt? Dan zijn het geen vrienden. Dan zijn ze jouw energie niet waard. Steek je energie in mensen die het wel waard zijn.
Maar nog belangrijker, steek die energie in jezelf.

Ik probeer mensen te waarschuwen. Maar ze horen me niet.
Dat begrijp ik wel. Ik hoorde ook niets. Ik luisterde ook niet. Ik dacht dat ik onbreekbaar was. Overspannen, burnout, dat  gaat mij nooit gebeuren. Ik ben een vechter, een survivor.
Totdat je lichaam stop zegt. Totdat je zo moe bent, dat je niet meer kunt, hoe graag je ook wilt. Dat moment komt, geloof me.

Juist de doorzetters, de vechters die gaan op hun bek. Plat op hun bek. Keihard op hun bek. Want dat het hard is, dat moet je wél van me aannemen. Dat je diep kunt gaan, is een feit.

Denk jij wel eens “Waar doe ik het allemaal voor”. Ga je steeds meer opzien tegen de gewone dingen, zoals koken, stofzuigen, een telefoontje plegen? Pieker je veel, slaap je slecht, heb je vaak hoofdpijn, last van concentratieproblemen. Voel je je opgejaagd. Denk je steeds vaker “opzouten allemaal”, ben je sneller geïrriteerd of boos.
Trek dan aan de bel. Bij jezelf!

Als je eenmaal in die valkuil bent gevallen, is het niet makkelijk om eruit te klimmen. Soms klim je tegen de ladder twee treden omhoog om vervolgens weer drie treden naar beneden te kletteren. Je neemt een aanloop en springt omhoog, maar dondert net zo hard weer terug.
Auw, dat doet pijn!

Ik weet het, ik merk het, ik voel het.
Je kunt niet alles willen, alles doen en alles moeten.

Luister naar je lichaam. Je hebt er namelijk maar één.

Bewust leven

Daten?

Standaard

daten

Hij: Wat versta je onder een echte date dan?
Ik: Een drankje ergens, zonder de bedoeling dat je meteen iemand tussen de lakens wilt krijgen.
Hij: Wanneer heb je voor het laatst een echte date gehad?
Ik: Huhhhh 2011
Hij: Sjesus, tijd dat je eens gaat daten!

Nu gaat het komen dacht ik. Nu gaat hij me vragen. Help! Gelukkig voelt hij aan dat ik er misschien nog niet helemaal voor open sta.
Waarom date je niet? vraagt hij geïnteresseerd.

Hij vertelt over zijn laatste date. Tijdens het gesprek werd hij totaal onverwacht boven op zijn bek gepakt. Ja zo noem je dat toch, als iemand je plotseling lichtelijk bespringt.
En toen? Seks? Nee, want ze was niet leuk genoeg. Er was geen klik.
Ja, zo praten we met elkaar. Hij en ik.

Swipen op Tinder doe ik al een week niet meer.
Chatten met de meesten ook niet.
Zoveel mensen met problemen.
Ik zit er wel over te denken om een cursus psychologie te gaan volgen, maar om nu al voor psychologe op Tinder te fungeren is niet echt de bedoeling.

Met de gezellige Hoeksche Waarder heb ik nog af en toe contact.
Met de paardrijder iets minder.
Dan is er nog Pepe, een gezellige Hagenees die toch echt wel Hollands is. Ja, ik vraag dat gewoon.
Maar de echte gesprekken heb ik met hem. Hij is inmiddels ontdooid. Kijkt eerst de kat uit de boom. Is minder serieus dan ik in het begin dacht. Het klikt!

Bizar eigenlijk. Je kent elkaar niet, maar je praat overal over.
Hij is ook open tegen mij. We hebben het over vanalles.
Leuke dingen, minder leuke dingen. Gevoelens en verdriet. Meubels, werk, vakantie.
Hij vertelt over zijn Tindercontacten. Bondage en weet ik veel, rare mensen zijn er.
Hij noemt me een sukkel als ik hem probeer wijs te maken dat ik ook van bondage en kaarsvet hou.
Ik denk, dat heb ik weer als hij me vertelt dat hij eigenlijk een vrouw is. Sukkel!
Hij heeft een hekel aan huisdieren. Sorry voor de dierenliefhebbers onder ons, maar dat is wel iets wat we gemeen hebben.
Hij heeft een relatie gehad met iemand die kinderen heeft. Het op de tweede, derde plaats komen en het altijd wegcijferen kent hij. Dat wil hij niet meer. Ook dat begrijpen we van elkaar.
Hij denkt dat alles wel een reden zal hebben. Hoor je het mij ook zeggen.
Hij heeft het over de prins voor mij. Eventueel op een zwart paard. Dat idee heeft hij van mij gejat. Ik zweer het. Mijn prins komt 100% zeker op een zwart paard. Wit! Wat is wit?

Maar als hij me zegt dat ik vast veel aandacht heb, krijg ik kriebels. Bezitterig, jaloers? Been there, done that.
Maar hij bedoelt het vast niet zo.
We weten allebei inmiddels dat je niet voor de ander moet denken. Ja beiden 40 jaar, dan heb je wel wat geleerd inmiddels.

Ik hoor jullie denken, waarom vraag je hem niet Maris? Een keer daten kan toch geen kwaad.

Maar hoe is het in het echt? Misschien valt het zwaar tegen? Ook dat hebben we gemeen, we zijn sceptisch. Uit ervaring weten we allebei dat een leuk chatcontact opeens voorbij kan zijn als je elkaar in levende lijve ontmoet.

Ik spreek uit ervaring. Hij spreekt uit ervaring.
Die leuke kerel. Super leuk contact via de mail. Een klik van jewelste.
Totdat ik hem ontmoette. Hij was heus wel aardig, maar ook een softie. Veel te soft voor mij. Die jas, die schoenen. Ja het klinkt erg, maar dat zegt echt wel iets over iemand hoor.
We liepen naast elkaar. Hij wilde steeds mijn hand pakken, ik stopte ze diep weg in mijn jaszakken.
Ik kon alleen maar denken, met jou kan ik echt niet zoenen. No way, kwijlebal. Gevlucht ben ik. Hij kreeg niet eens de kans om te reageren. Ik zie hem nog staan, met open mond en verbaasde blik. Ik denk dat hij er nog stond, toen ik een stofwolk achterliet en wegscheurde in mijn zwarte Golf.
Einde contact.

Nee dat risico durf ik nog niet te lopen.
Maar hij is wel aardig, geïnteresseerd, open, lief.

Als Pepe me stuurt dat hij me online op Tinder heeft betrapt en vraagt, leuke man haha.
Dan zeg ik eerlijk; ja, een leuke man.

Ojee, dat wordt misschien toch weer een keer een ritje richting Kaaskoppenstad…

daten